Als Vestingstad

004-Atlas-van-Loon-1652Een vestingstad beschermt strategische grenzen, land- en waterwegen, veelal bezit zo’n stad fortificaties, stadsmuren en wallen. Echter als zo’n stad geen rol in het ‘landsbelang’ maar de vestingwerken slechts voor eigen ‘stadsbelang’ dienst deden was er geen sprake van een vestingstad.
De aanleg van vestingwerken was vaak een ingrijpend gebeuren voor de stad. Veelal moesten er huizen of indien het vernieuwing betrof, oude stadsmuren worden gesloopt. Vaak werden de vrijgekomen stenen hergebruikt. Zo ook in Zutphen. Als de oude muren in militair opzicht waren achterhaald volgde er modernisering en uitbreiding met o.a. wallen, grachten en bolwerken. In de grachten werden voor de poorten, als extra bescherming, ravelijnen aangebracht. Binnen de veilige muren werden kazernes, arsenalen en bomvrije kruitmagazijnen gebouwd terwijl bij mobilisaties veel extra soldaten werden ingekwartierd. Die werden vaak gewoon bij de burgers ondergebracht. Zo ontwikkelde zich in de loop der eeuwen het bekende stervormige patroon van de stad.

Apenstert

APENSTERTApenstert: naam van een voormalige verbindingsstraat tussen de Rozengracht en de Kreijnckstraat. Eveneens de naam een toren die in het verlengde van deze straat aan de Molenbeek (Berkel) stond. Volgens taalkundige Jan ter Laak danken straat en toren hun naam aan de vorm van een nog ouder perceel op deze plek. De toren stond tegenover wat nu Rozengracht 18 is. Bij opgravingen zijn er resten van gevonden. De Apenstert bestond uit tufsteen en was versterkt met in de omgeving gedolven moeraserts en mortel. Tijdens graafwerkzaamheden voor de nieuwe riolering vlogen de vonken eraf, zo keihard was dit 'Middeleeuwse beton'.

Lees meer: Apenstert

Armenhage

VES ARMENH (2)Waltorens zijn een uitvinding van voor het buskruit. De onderlinge afstanden tussen de muurtorens bedraagt gemiddeld 67 meter. De torens hebben aan de stadszijde een spitsboogvormige 'open keel'. Deze waltoren is een van de drie overgebleven, oorspronkelijk waren er vier, torens in de oostelijke stadsmuur welke langs de Bornhovestraat en Armenhage loopt. Vanaf de 15e eeuw mochten de armen van de stad kleine huizen bouwen in de bogen van de muur. De waltorens werden onafhankelijk van de walmuur opgemetseld en staken een derde boven de muur uit. Het aanwezige pannendak stamt uit een latere periode. Het doel van de torens was drieledig.

VES ARMENH (1)Eén: Ze dienden ter verdediging van de voet van de walmuur, vandaar dat er zich ook twee schietgaten op de begane grond bevonden. Twee: De walgang (bovenzijde stadsmuur) kon worden verdedigd wanneer deze onverhoopt toch door de vijand was beklommen. Drie: Het verhinderen van doorlopen door de vijand op de stadsmuur indien deze een deel had veroverd. Soms was het zo dat de muurtoren werd voorzien van een ophaalbrug wat doorlopen nog sterker belemmerde. De toren aan het Armenhagen vertoont aan de binnenzijde nog de oorspronkelijke moordgaten, of scharten, brede vensters, welke zijn afgewisseld door smalle gleuven: de schietgaten. Aan de buitenzijde zijn deze grotendeels dichtgemetseld.

VES ARMENH-(4)VES ARMENH-(6)

Berkelruïne

berkelruine-3De Berkelpoort (ruïne) in de volksmond, een onderdeel van de Zutphense stadsmuur en gelegen aan de oostelijke rand van het stadscentrum, over de rivier de Berkel. Oorspronkelijk waren er twee waterpoorten die samen met de stadsmuur een vesting rond de stad vormden. De andere waterpoort, die zich bevond zich ter hoogte van het huidige postkantoor, is in 1774 gesloopt. In 1888 werd de Berkelpoort voor het eerst gerestaureerd dit onder leiding van de architect P.J.H. Cuypers. Hij preserveerde de ruïneuze toestand van de poort door de bovenkant van de muren met een laag cement te bedekken. In 1951 volgde een nieuwe, meer reconstruerende restauratie.  2010 - 2011 was de periode waarin de laatste restauratie plaats had.

Geschiedenis van de Berkelpoort

In de dertiende eeuw ontstond voor Zutphen, aan de overzijde van de Berkel een nederzetting onder grafelijk bestuur, de Nieuwstad. Dezeberkelruine-4 nederzetting had een rechthoekig stratenpatroon (heden ten dage nog zichtbaar), en bezat een eigen parochiekerk. De oude stad en de Nieuwstad werden in 1312 samengevoegd onder één stadsbestuur. De oude stad was al ommuurd, de Nieuwstad was voorzien van een aarden omwalling met pallisaden. De samenvoeging was aanleiding om ook de Nieuwstad te voorzien van een stenen ommuring. De bouw van twee waterpoorten werd hierdoor noodzakelijk, te weten op de plek waar de Berkel de stad binnenkomt en daar waar zij de stad verlaat. De Berkelpoort vormde als laatste bouwwerk het sluitstuk tussen de ommuring van de oude en de 'Nieuwstad'. Thans kennen we haar als Berkelpoort of als Berkelruïne. De poort is voorzien van twee torentjes, de zogenaamde Arkeltorens. Duidelijk zijn nog te zien de sleuven in de muur waar vroeger de valhekken in zaten om hiermee de stad af te kunnen sluiten. Een aanval over water kon op twee verdedigingsniveaus worden afgeslagen. Over de brug loopt een weergang waarin balkgaten, schietspleten en moordgaten zijn aangebracht. Door de balkgaten kon VES BERKELR-(7)men balken naar buiten steken waarover een plankier werd gelegd. Vanaf deze steigers bestookte men de vijand met stenen en gloeiende pek. (pekneuzen) Pek moet men echter niet als wat we tegenwoordig pek noemen zien. Pek is een olieprodukt en dat was iets wat men toentertijd echt nog niet kende. Kokend varkensvet is eerder gebruikt. Werd het te gevaarlijk op de steigers dan kropen ze door de moordgaten terug, achter de muur en trokken ze de balken terug om vervolgens de moordgaten af te sluiten met luiken. Gelukkig kunnen we vandaag de dag stellen dat we alleen nog maar kunnen genieten van dit schitterende erfgoed. Gelukkig worden de twisten tegenwoordig op een humanere wijze 'uitgevochten'. Media en raadszaal zijn de geëigende weg om zaken onder de aandacht te brengen en vervolgens middels debat te 'beslechten'.  Ook moderne media als twitter en facebook tellen tegenwoordig mee als het gaat om uiting van ongenoegen waar soms behoorlijk met 'pek wordt gegooid', een uitspraak stammende uit de oude verdedigingstijden. 

Waarschijnlijk is men rond 1325 begonnen met de bouw. De Berkel  diende te worden afgedamd voor de bouw van de poerenVES BERKELR (2) waarom de bogen kwamen te rusten.  Basaltzuilen uit Duitsland werden als fundament gebruikt om goede bescherming te creëren voor het stromende water. Tijdens de bouw werden sleuven in het metselwerk uitgespaard voor schuifdeuren die de stad kon afsluiten.

 

De Berkelruïne is vanaf 2016 toegankelijk voor publiek.

Bezoekers kunnen onder begeleiding van een gids de 700 jaar oude ruïne van bovenaf bewonderen en genieten van het uitzicht over de Berkel. Hiervoor is een in cortensteel een trap geplaatst. Het ontwerp van de nieuwe trap wekt de indruk dat het een deel van de stadsmuur is. Het ontwerp is van Boerman Kreek Architecten uit Steenderen.


Kaarten voor een bezoek zijn verkrijgbaar bij de VVV aan de Houtmarkt.berkelruine zutphen 2

 berkelpoortruine JdeBeijer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Binnen Laarpoort

De Binnen Laarpoort gezien vanuit de Beukerstraat. Als u naar het plaveisel kijkt daar waar de Beukerstraat de Bornhovestraat kruist ziet u in natuursteen de buitenmuren van de poort weergegeven. Bijzondere aan deze poort is dat ze is voorzien van een torentje met een klok. Normaliter is een stadspoort een functioneel gebouw, stevig rechthoekig en uiteraard voorzien van een doorgang. 

Boompjeswal

Boompjeswal-0De geschiedenis van Zutphen omvat vanzelfsprekend de geschiedenis van de Boompjeswal. In de middeleeuwen stroomde op de plaats van de Boompjeswal een van de aftakkingen van de Berkel. De huidige droge bedding aan de rand van het park is een overblijfsel hiervan. De afbeelding hiernaast laat een deel zien van de kaart van Zutphen uit 1565 van Jacob van deventer. De verdedigingswallen, waarvan de Boompjeswal er een is, moesten nog worden aangelegd.

 In de 16e eeuw kon niet meer worden vertrouwd op de middeleeuwse stadsmuren en de eerste wallen verschijnen rond Boompjeswal-1de stad. De wal die later de Boompjeswal zal heten bestaat nog niet. Spittaalstad, het gebied tussen de Spittaalstraat en de Laarstraat, komt langzaam tot ontwikkeling. Er is bebouwing langs de straten, maar het gebied werd vooral gebruikt voor de tuinbouw.

Lees meer: Boompjeswal

Bourgonjetoren

De Marinet- of Bourgonjetoren vroegere benamening was ‘den nijen toern Borgonien’. Aanleiding voor de bouw was de vete tussen Philips van Bourgondië en hertog Arnold. Uit oude Overrentmeesterrekeningen blijkt dat de toren in 1457 werd gebouwd. Dit gebeurde op de plek net buiten de toen bestaande Veerpoort die in hetzelfde jaar werd afgebroken. Op de rekeningen werd vermeld: "elzen palen, bestemd ‘totten gruntwerc vanden rondeel van de nijen toern". Tevens kocht men 664 voet Bentheimersteen voor de toren en een niet gespecifieerde hoeveelheid Drakenveldersteen voor de ‘bussengaete’. Op het platte dak hebben vuurmonden gestaan. In 1742 kreeg Baron van Heeckeren tot Waliën toestemming om een koepel op de toren te laten bouwen en de stadsmuur langs zijn hof te egaliseren.

Lees meer: Bourgonjetoren

Buiten Laarpoort

buiten-laarpoort-1Van historisch kaartmateriaal en een oude foto vóór 1878 was bekend dat de Buiten Laarpoort op de kruising Berkelsingel – Warnsveldseweg – Graaf Ottosingel – Laarstraat in het heeft gestaan.

Deze poort was de oostelijke stadspoort met de landweg richting Warnsveld, Lochem en Münster. Van de poort is verder bekend dat hij in 1878 is gesloopt in het kader van de algehele ontmanteling van de vesting als gevolg van de opheffing van de vestingstatus van de stad Zutphen in 1874.

De poort dateert van kort voor 1396. Samen met de Buiten Spittaalpoort vormde hij de toegangsweg cq. uitgang van de Spittaalstad (Polsbroek).
Dit stadsdeel kende in de 14e en 15e eeuw naar alle waarschijnlijk een aarden omwalling, met als enige stenenelementen de twee eerder genoemde poorten.

In de 16e eeuw werd deze omwalling voorzien van bastions en verbeterde wallen met een bakstenen bekleding.

Dit gold waarschijnlijk echter voor slechts een deel van de wal. Historische kaartenmakers spreken elkaar op dit punt tegen.buiten-laarpoort-2

Buiten-Spittaalpoort

De poort stond ter hoogte van Makelaardij ten Hag in de Spitaalstraat
Zutphen was in de middeleeuwen door middel van drie poorten bereikbaar. De Spitaal- (1390) , Laar-(1307) en Nieuwstadspoort (1347). Handelaren die de stad binnen wilden komen moesten aan de poorten tolgeld betalen. De 'Hospitaalpoort' was vanwege de regelmatige onbereikbaarheid door hoog water, de poort met het minste verkeer en dus met de minste tolopbrengst.

De Spittaalbuitenpoort was een eenvoudig vierkant poorthuis met een spitsboogvormige doorgang en een puntdak.

De poort werd omstreeks 1390 aan het einde van de Spittaalstraat gebouwd als onderdeel van de omwalling van de Spittaalstad (Polsbroek).
Dit nieuwe stadsdeel werd echter niet volgebouwd. De Spittaalstraat ontstond als uitvalsweg buiten de 13e-eeuwse stadsommuring van de Oude Stad.

De straat is genoemd naar het klooster ‘Spittaal’ van de broeders van de orde van de Heilige Geest die zich bezig hielden met de verzorging van zieken. Ook reizende pelgrims vonden hier tijdelijk onderdak, vandaar de naam Hospitaal of Gasthuis.

Het klooster Spittaal was het begin van 750 jaar ziekenzorg in Zutphen.

De Spittaalbuitenpoort werd in 1877 gesloopt tijdens de ontmanteling van de vestingwerken van Zutphen. De afbeelding op de steen is gebaseerd op een foto uit 1876 waarop de poort en de aangrenzende muur is te zien kort nadat de aarden vestingwal is geslecht.

De foto is een afdruk van een glasnegatief uit de collectie P.L.J. Dullaert, eigendom van de Stichting Wijnhuisfonds en wordt bewaard in het Stads en streekarchief.


De Emmerikseweg liep onder water ook lang voor de Baakse Overlaat werkte. Verkeer moest dan via de Laarpoort omrijden- lopen. Op 1 januari 1853 is de het sluiten van de poorten als deel van de vrijhandelspolitiek afgeschaft.

Spittaalstad

Tussen 1539 en 1564 moet men de Spittaalstad hebben versterkt met een muur, waarin zich tussen de Buiten-Laarpoort en de Buiten-Spittaalpoort twee kleine stenen bastions van Italiaans model bevonden. Tussen de Buiten Spittaalpoort en de Drogenapstoren stonden drie kleine stenen rondelen. Zo wordt de Spittaalstad tenminste weergegeven op de kaart van Jacob van Deventer, (omstreeks 1560), later gevolgd door kaartenmakers Guicciardini en Braun-en-Hogenberg.

Jacob van Deventer 1560

Prins Maurits begon al spoedig nadat hij de stad in 1591 had veroverd met het aanleggen van een wal met vier bastions in vrij onregelmatige vorm aan de IJsselzijde, omdat de vrij grote afstand tussen de stadsmuur en de rivier zulk een beveiliging allereerst noodzakelijk maakte (Hoefer in Gelre XXXV blz. XV). Dit werk werd in 1592 naar ontwerp en onder leiding van de ingenieur Jacob Kemp uitgevoerd.

Zutphen - Hospitaalpoort, 1795-1841

Cabinetsgracht

Het Hoornwerk ten zuidwesten van de binnenstad van Zutphen behoorde tot de historische verdedigingswerken, compleet met bijbehorende vestinggracht (Cabinetsgracht), ravelijn en contrescarp. Tussen 1702 en 1707 is het naar plannen van vesting-bouwdeskundige Menno, baron van Coehoorn uitgevoerd als onderdeel van een groter plan tot uitbreiding en modernisering van de bestaande vestingwerken. De aanpassingen van dit zuidelijk gelegen vestingwerk werd in de vestingbouwtraditie van het zogenaamde Oud Hollands Stelsel gemoderniseerd.

 

De aanpassing van Van Coehoorn hield in dat het hoorn werk verbreed werd, de hoorns meer uitstaken. De aanpassingen hoorden bij het nieuwe concept van een hoornwerk, dat voorzien werd van een ravelijn tussen de hoorns.

Lees meer: Cabinetsgracht

Drogenapstoren

Drogenapstoren zonder spits

In 1444 werd aan de zuidkant van Zutphen, grenzend aan de Berkel een nieuwe stadspoort gebouwd. Deze poort had een verbinding met de markt. Dit was noodzakelijk daar vlak bij de poort de koggeschepen met zout aanlegden.
Dit kostbare conserveringsmiddel werd verhandeld op de markt. De Saltmarkt', welke markt we momenteel als de Zaadmarkt kennen De stadspoort werd in die tijd aangeduid met de naam 'Saltpoort'.

Lees meer: Drogenapstoren

Enckpoort

Omstreeks 1250, een exact jaar kennen we niet, werd op de akkers buiten de Engepoort een 'Nieuwstad', in de geschreven bronnen: "Novum Oppidum', gesticht. De nederzetting kreeg een eigen kerk, gewijd aan de Heilige Maagd Maria, nu de St. Jan of Nieuwstadskerk.
De Engepoort in de middeleeuwen ‘Enckpoirt’ genoemd, was de poort die toegang gaf tot de bouwlanden de ‘Zutphense Eng’. Van deze poort in die in aan het eind van de Turfstraat in de met een ‘vulling’ van brokkrichting van de Nieuwstad lag zijn tijdens rioleringswerkzaamheden in 1971 fundamenten terug gevonden. Men stuitte op zware fundamenten bestaande uit een zware ‘vulmuur’, een bakstenen buitenschil en ijzeroersteen.

Deze constructiewijze en de gebruikte grote bakstenen (28x13x7 cm.) wijzen op een datering uit de vroege dertiende eeuw. De Turfstraat werd in de zestiende eeuw ook wel Enckpoirterstraite genoemd. Op de stadsplattegrond van Braun en Hogenberg uit de tweede helft van de zestiende eeuw staat de Engepoort nog aangegeven.


Op de afbeelding, (een uitsnede van de kaart zoals onder beschreven), ziet u in het midden ook de Engepoort afgebeeld. (rechts nog zichtbaar de Berkelruïne)

 

Bron: Geschiedenis van Zutphen blz. 235

Deze kaart van de Italiaan Lodovico Guicciardini is in 1581 uitgegeven. Guicciardini heeft de kaart gekopieerd naar een gravure uit het Keulse atelier van Braun en Hogenberg. De kaart van Guicciardini werd al in 1581 gepubliceerd, terwijl de kaart van Braun en Hogenberg pas in 1588 verscheen. De kaart van Braun en Hogenberg is op zijn beurt gebaseerd op een kopie van de kaart van Jacob van Deventer.
Datering: 1581
Kaartencollectie Zutphen (arch.nr. 374)
Bron: Regionaal Archief Zutphen

Kruittoren

De Kruittoren is de Noordwestelijke hoektoren in de bakstenen ommuring van de Nieuwstad. Het was de tegenhanger van de Blancketoren die op de Noordoost-hoek van de Nieuwstad te vinden was. Beide torens hadden een vierkant grondplan van 8 bij 8 meter. De meeste muurtorens in Nederland zijn gebouwd in de tijd dat men nog met pijl en boog schoot. Dat is dan ook waarom de onderlinge afstand tussen de waltorens zo'n 67 meter gemiddeld bedraagt. De naamgeving van de Kruittoren, zoals we hem heden ten dage kennen, is vreemd daar hij, naar we weten uit archeologisch onderzoek, gebouwd is rond 1320, een tijd waarin er nog geen sprake was van buskruit. Het zal dus zeker niet de oorspronkelijke naam zijn geweest van deze hoektoren op de 'Zandhoek'. De toren was 'overhoeks' in de stadsmuur gebouwd om zo vanuit schietgaten ook de muur te kunnen verdedigen. Vierkante torens worden over het algemeen als de oudste verschijningsvorm gezien.

In de Nieuwstad zijn deze vierkante, maar ook de ronde vorm gelijktijdig toegepast tijdens de bouw van de ommuring. De Kruittoren had oorspronkelijk een 'open keel'. De keel is de zijde van een muurtoren die aan de stadszijde ligt. Zo'n open keel had een duidelijke reden.

Lees meer: Kruittoren

Lunette

Een lunet is een klein vestingwerk met twee schuine, naar buiten gerichte zijden (facen genoemd) en twee naar achter gerichte zijden (flanken). De keel is open of op een eenvoudige wijze afgesloten door een borstwering  of een muur met schietgaten. Lunetten kwamen voor als buitenwerken van een vesting of als onderdeel van een linie. De naam is afgeleid van het Franse woord voor maan, 'lune', omdat de lunetten halvemaanvormig zijn, van bovenaf gezien.

(bron Wikipedia)

Marschpoort

(Marspoortstraat, ter hoogte van huisnrs. 19-21)

Op deze plaats stond de Marspoort, onderdeel van de middeleeuwse stadsmuur. Deze poort werd omstreeks 1390 gebouwd aan het einde van de Groenmarkt ter vervanging van een oude Marspoort aan het einde van de Spiegelstraat.

De poort werd de nieuwe uitvalsweg naar het westen via het IJsselveer en vanaf 1485 via de vaste brug over de rivier. De poort is genoemd naar de stadsweiden op de Mars aan deze zijde van de IJssel en de Overmars aan de overzijde.

In 1533 en in 1596 werden buitenpoorten voor de Marspoort gebouwd in de toen gemoderniseerde vestingwerken om de stad. De poort werd vanaf dat moment de Binnen Marspoort genoemd. De poort verloor zijn defensieve functie in de loop van de volgende eeuwen

In 1820 werd de poort gesloopt. Tijdens de rioolvervanging in 1998 kwamen de funderingen van de poort onder het wegdek aan het licht. De afbeelding op de steen is gebaseerd op een pentekening van de beroemde tekenaar Jan de Beyer uit 1744. Net buiten de Binnen Marspoort lag in de 18e eeuw de overdekte vismarkt.

Bron: Zutphen Monumentaal 9

Nieuwe Nieuwstadspoort

Bij de aanleg van nieuwe verdedigingswerken in de 17e eeuw werd de weg naar Deventer verlegd van de Dieserstraat naar de Nieuwstad. Daar stond echter het gebouw van het voormalige Isendoornklooster in de weg. In 1616 is daarom de poort dwars door het gebouw heen aangelegd.

Oskamstraatje

Het Oskamstraatje bevindt zich tussen de Bornhovestraat en de Boompjeswal. Het poortje is niet historisch, maar als we vanuit de Bornhovestraat onder de poort doorlopen en ons even omdraaien hebben we een schitterend gezicht op de historische muurhuizen. De muurtoren heeft in de jaren zestig van de zestiende eeuw dienst gedaan voor het opsluiten van psychisch gestoorde vrouwen. Vermoedelijk is in 1566 naast de toren een nieuwe dorenkast gebouwd voor mannen. 'waar gecke Thomasz in kwam'.* Dorenkasten waren voornamelijk verplaatsbare 'dolhuisjes', die in hospitalen, kloosters en bij particulieren geplaatst werden. In dit geval wordt er van uit gegaan dat het meer een permanente voorziening betrof. Dit alles is afgeleid uit oude rekeningen voor aankoop van latten en dakpannen. De Boompjeswal is een van de oudste verdedigingswallen van Zutphen. Deze voor de middeleeuwen zo belangrijke wallen bevinden zich tussen de oude stad en de Spittaalstad, die ook de Spittaalpoort herbergde. Begin achttiende eeuw werden de buitenste vestingwerken versterkt. Hierdoor verloor dit deel van de verdedigingswallen tussen Spittaal- en Laarpoort zijn functie.
Men heeft het gebied beplant met bomen om er zo een wandelgebied te creëren. Dus nu weten we gelijk uit welke tijd de naam van de Boompjeswal dateert.

Oude Nieuwstadspoort

De Oude Nieuwstadspoort was een zwaar en zeer sterk poortgebouw uit de 14e eeuw en was in de Middeleeuwen de enige uitgang, lag aan het einde van de Dieserstraat, die nooit een doorgaande verbinding met de binnenstad heeft gehad. Net als heden ten dage is de binnenstad bereikbaar via een bruggetje over de Berkel.
De Nieuwstadspoort met dubbele binnenpoort, brug met muren, buitenpoort, molenhuis met twee aandrijfraderen en blokhuis voor de poort in de weg naar Deventer.


Reinmakerstoren & Blancketoren

De Reinmakerstoren en Blanckentoren (Isendoornstraat, in de bocht bij het Daltoncollege)
Op deze plaats stond van ca. 1320 tot 1854 de Reinmakerstoren als onderdeel van de stadsmuur van de Nieuwstad.

Deze ommuring kwam tot stand kort na de samenvoeging in 1312 van Zutphen en de Nieuwstad onder één bestuur.
In de halfronde toren woonde na de middeleeuwen de stadsreinmaker, een straatveger in stedelijke dienst.

Onder de school liggen de resten van de Blanckentoren. Dit was de noordoostelijke hoektoren van de ommuring. De toren was vierkant en leek op de westelijke tegenhanger: de nog bestaande Kruittoren.
De Blanckentoren was hoger en werd in de 15e eeuw wit gepleisterd, vandaar de naam, en voorzien van een hoge spits. Beide torens werden in 1854 gesloopt om plaats te maken voor de cavaleriestallen van de Isendoornkazerne.
De Blanckentoren werd in 1997 opgegraven en is onder de school bewaard gebleven en aldaar in de vloer te zien.

De Reinmakerstoren werd in 1999 ontdekt. De afbeelding op de steen in gebaseerd op een prent die een anonieme tekenaar in 1854 maakte van de sloop van de torens (zie afbeelding). De prent wordt bewaard in het Stedelijk Museum. De afbeelding op de steen is een reconstructie van dezelfde situatie in de late middeleeuwen. Op de foto is te zien hoe de Blankentoren in 1997 aan het licht kwam onder het gesloopte Stedelijk Lyceum.

Bron: Monumentaal 9

 

 

 

Spanjaardspoort

spanjpoort-7De Dieserstraat was vlak na het samengaan van de Nieuwstad en de oude stad Zutphen (1312) de belangrijkste uitvalsweg richting Deventer. Achter het koor van de Nieuwstadskerk via de Dieserstraat verliet men de stad door de (oude) Nieuwstadspoort (eerste vermelding 1347).Spanjaardspoort, barbacane over de binnengracht In 1591 wordt Zutphen ingenomen door Prins Maurits en bij de Republiek der Zeven Provinciën gevoegd.

Lees meer: Spanjaardspoort

Vischpoort

De Vischpoort stond oorspronkelijk op de plek waar we nu de Bourgonjetoren aantreffen. Zij is afgebroken om ruimte te maken voor de nieuwe verdedigingstoren in verband met de dreiging vanuit Bourgondië. Hertog Karel van Gelre was met zijn hertogdom en graafschap Zutphen de enige nog niet overwonnen streek in wat we nu Nederland noemen. Vanaf de Vischpoort was een oversteek naar de overkant van de IJssel, de andere oversteek bevond zich ter hoogte van de Marschpoort. Enige wat nu nog rest is een vlak bij de haven opgetrokken bouwwerk wat er ter herinnering staat. Twee prenten waarop de oorspronkelijke poort op terug te vinden is. Pal aan de IJssel, het bolwerk wat we nu de Bult van Ketjen noemen was nog niet gebouwd.