_Monumentenstad

De schoonheid van Zutphen wordt mede bepaald door de monumenten die onze stad rijk is. Ondanks alle oorlogsschade die Zutphen opliep tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn we nog steeds rijk aan monumenten. 365 stuks in getal waarvan ik in eerste instantie een aantal heb geselecteerd om hier op de site te beschrijven. De Stichting Wijnhuisfonds heeft vele panden in bezit. Zij draagt zorg voor restauratie en behoudt van de historische waarde. Met elkaar mogen we trots zijn om zoveel historie binnen handbereik te hebben. De vele toeristen die Zutphen bezoeken lopen met hun stadsgids of op eigen initiatief met een stadswandeling van de VVV op zak langs de hofjes, de vestingwerken en de fraai gerestaureerde panden. Kijk zelf ook eens naar de vele gevels de gevelstenen, de hijsbalken, de .....kortom naar de monumenten die Zutphen rijk is.

Assenhuys

MOH assenhAl lopend door de Beukerstraat komt de oplettende bezoeker ter hoogte van de Sprongstraat het Assenhuys tegen. Of anders gezegd vanuit de Sprongstraat loop je er nagenoeg tegenaan. We kunnen ons haast niet meer voorstellen dat hier rond het jaar 1200 al bebouwing was. De perceelsbreedte van de panden zijn nagenoeg identiek. Men hanteerde in de stad een éénheidsmaat bij het vergeven van de percelen. Deze was gebaseerd op 1 1/3 Rijnlandse roede. (= 5 meter en 2 cm.) Op deze breedte kon men een houten huis van ongeveer 4,5 x 10 m. bouwen zodat er tussen de huizen nog 0,5 tot 1,0 m. ruimte open bleef. Na de grote stadsbrand in 1284 zijn de houten huizen vervangen door stenen bouw.

Lees meer: Assenhuys

Beitelhuis

beitelhEen zogenaamd beitelhuisje, een verre voorvader van het beroemde New Yorkse Flatiron Building. Hier zowel als daar wordt de vorm gedicteerd door een onhandig driehoekig bouwterrein aan de top waarvan twee straten in een scherpe hoek samenkomen. Al in 1516 wordt dit terrein genoemd "de beitel van het convent", het erachter gelegen Oude Convent, opgeheven in 1582 toen het nog maar twee bewoonsters had. Een tweede voorbeeld van een beitelhuis in Zutphen is Oude Wand 1. Ontpleistering tijdens de restauratie brengt in de gevel aan het Oude Wand ontlastingsboogjes van oudere gotische ramen en in de gevel aan het Armenhage een paar complete, dichtgemetselde gotische bakstenen ramen aan het licht.

Lees meer: Beitelhuis

Dat Bolwerck

Bolwerk 16 juli 2016 7 van 055 bewerktDat Bolwerck is gebouwd in 1549, blijkens een jaartalsteen op de gevel. Samen met het buurhuis Ruiter Kortegaerd (1639) en de Drogenapstoren (1446) vormen zij een buitengewoon fraaie afsluiting van de Zaadmarkt.
Deze prachtige panden staan ook afgebeeld op de penning van het Wijnhuisfonds.
Het huis werd gebouwd op de plaats waar tussen 1532 en 1538 de gehate dwangburcht van Hertog Karel van Gelre had gestaan. Het kasteel werd in enkele jaren tijd volledig afgebroken en het terrein werd verkocht aan stadssecretaris Jurriaan Warninckhof. Niet zonder ironie noemde hij zijn nieuw gebouwde huis ‘Dat Bolwerck’. Het gebouw was in gebruik as woon-werkhuis.
Tevens werd er graan opgeslagen en in de drie kelders sloeg een wijnkoper zijn flessen wijn op. Het rechter deel van het pand werd gebruikt als koetshuis en is later als stalling voor auto’s gebruikt.

De achtertuin wordt omsloten door de stadsmuur die tussen de Drogenapstoren en restaurant Het Gastenhuus (1 Michelinster) loopt. Deze muur is vanaf de Martinetsingel zichtbaar en is een van Zutphens meest gefotografeerde plekken. In de tuin bevond zich een luik dat toegang gaf tot een onderaards gangenstelsel.

Lees meer: Dat Bolwerck

De Keizer

MON DEKEIZERDe Keizer, een monumentaal pand wat u kunt vinden in de Pelikaanstraat (nr 15). Het pand werd in 1972 aangekocht maar al in 1952 restaureerde het Wijnhuisfonds de in de oorlog ingestorte kap. In 1961 werd de de vensterindeling verbeterd. Als men vanuit de Spittaalstraat de stad binnenkomt is het pand een bijzondere blikvanger. Het is een dwarshuis (een dwarshuis is een huis dat met de nok van het dak evenwijdig aan de straat is gebouwd) met een hoog zadeldak. De bepleisterde zijgevel heeft een klein wolfseind met hijsbalk. Hoge ramen en deurpartij, waarachter de begane grond en een insteekverdieping. Het huis dateert uit ongeveer 1500. Binnen zijn veel authentieke achttiende-eeuwse elementen.

Dekanije

dekenijeZaadmarkt 102-108.
Bijzonderheden Het grote huis met omlopend schilddak en waterlijst is ontstaan uit de samentrekking van twee huizen, één achter de drie traveeën links en één achter de twee traveeën rechts. Van beide huizen stond de kap loodrecht op de voorgevel. Deze huizen behoorden tot de immuniteit van de Sint-Walburgkerk maar een deken heeft er nooit gewoond. Op het huidige pleintje stonden vier huizen, in de rooilijn van het Ten Broeck Huis, die niet meer tot de immuniteit behoorden. Deze vier huizen zijn in 1532 op last van Hertog Karel van Gelder gesloopt in verband met de bouw van zijn dwangburcht. 

De ingangspartij zal ongeveer in 1820 zijn aangebracht. De kleine, ongepleisterde aanbouw aan de zijde van de Proostdijsteeg heeft een tuitgevel en stamt uit ongeveer 1700. Na de tweede wereldoorlog tot 1984, toen het Wijnhuisfonds het pand kocht, was er de Muziekschool gevestigd. Het hoofdgebouw bevat tegenwoordig vier woningen, de aanbouw bevat een vijfde.

Voor een uitvoerige beschrijving van de bouwhistorie, zie [1]. Restauratie De aankoop van de Muziekschool in 1984 en die van de aangrenzende drukkerij Nauta, thans het Ten Broeck Huis, in 1978, werden ingegeven door het vaste voornemen de situatie aan het einde van de Zaadmarkt te behoeden voor verder verval.

Literatuur Literatuur [1] M.R. Hermans en M. Groothedde, De Proosdij, Dekenije en andere geestelijke huizen rond de kerk. De historische bebouwing binnen de voormalige immuniteit = Hoofdstuk 6 in
De Sint-Walburgiskerk in Zutphen, Walburg Pers, Zutphen 1999.
[2] Jaarverslag Wijnhuisfonds 1983, 13-15.
[3] Jaarverslag Wijnhuisfonds 1984, 18-21 en

Huize van de Kasteele

Wezentoezicht

Voor de 16e eeuw werd er door de stedelijke overheid toezicht gehouden op wezen. Dit toezicht was niet bij Wet geregeld maar kwam voort uit christenplicht.
Weeshuizen kende men in die tijd niet en als het op hulp aankwam waren de wezen afhankelijk van de barmhartige hulp van de kerkmeesters.
In Zutphen waren het de kerkmeesters van de St. Walburgiskerk die zorgden voor het regelen van onderdak. De ouderloze kinderen werden door de kerkmeesters ondergebracht bij particulieren. 

"als oir eygen kint to bewaeren, to voeden ende op te trecken" 

was het devies wat werd meegegeven aan de "gastgezinnen".

Lees meer: Huize van de Kasteele

Kolenstraat 2

Het herbestemmen van een monument is vaak een lastige zaak. Monumentenzorg wil graag historisch belangrijke elementen van het monument behouden. Daarentegen stelt ook de nieuwe functie van het pand zijn eigen eisen. Soms zijn die belangen dermate tegengesteld dat moet worden gezocht naar een passender bestemming. Zo niet bij Kolenstraat 2. Bij indiening van de bouwvergunning voor verbouw tot bakkerij was het pand nog geen monument; de architect hoefde nog nauwelijks rekening te houden met historische bouwkundige waarden. 

Lees meer: Kolenstraat 2

Leeuwenhuisje

Het Rijkenhage was tot 1953 ook aan de noordzijde bebouwd, en grenzend aan het Leeuwenhuisje stond een groot huis met een gevelsteen waarin het jaartal 1664 was uitgehouwen. In dat jaar kocht lakenverver Peter van Sonsveld een terrein (een ledige plaats) met achteruitgang op de Berkel. De stoffen werden gespoeld vanaf het terrasje, het milieu speelde toentertijd nog geen rol van betekenis. Het is mogelijk dat op deze ledige plaats het dit erkerhuisje als tuinhuis is gebouwd. Het heeft later dienst gedaan als tolhuis. Voor 1891 deed het huisje dienst als woning voor het hoofd van de aangrenzende Rooms-katholieke school. Voor de afbraak van de bebouwing aan de noordzijde van de Berkel noemde men dit stukje wel Zutphens Venetië. Hoe het ook zij, het is en blijft een pittoreske woning zo aan de oever van de Berkel. De naam van het huisje spreekt voor zich, en de erker wordt gedragen door gebeeldhouwde leeuwen. Momenteel doet het huisje dienst als 'kassa' voor de fluisterschippers die hun boten waarmee menig toerist een interessante tocht over de Berkel maken. In de winterdag nemen kunstenaars het huisje over en gebruiken het als open atelier.

Martinetkoepel

Martinetkoepel

MartinetkoepelBovenop de Bourgonjetoren staat een theekoepeltje. De toren stond ooit in de ‘achtertuin’ van Huis ’t Waliën. Dit grote huis werd bewoond door de familie van Heeckeren. In de Tweede Wereldoorlog is het als kazerne in gebruik geweest echter in de laatste oorlogsdagen hebben de Duitsers de kazerne opgeblazen. Het huis werd vernietigd, het theekoepeltje werd beschadigd, maar de Bourgonjetoren heeft het 20e-eeuwse geweld moeiteloos doorstaan.

De theekoepel is naar ds. Martinet vernoemd omdat hij daar zijn 'Catechismus der Natuur' heeft geschreven. Sindsdien wordt het de 'Martinetkoepel' genoemd.

Het theekoepeltje (de toren had toen al lang geen militaire functie meer) werd door Baron van Heeckeren aan Martinet ter beschikking gesteld. Martinet was van 1775 tot 1795 predikant in de Walburgiskerk.

Martinet

Johannes Florentius (Jan Floris) Martinet werd op 12 juli 1729 in Deurne geboren. Hij was natuurkundige historicus, schrijver, pedagoog, theoloog en predikant.
Hij vertegenwoordigde bij uitstek de Verlichting van de gemiddelde Nederlandse burger in die tijd. Die burger wilde begrijpen waarom de wereld in elkaar zit zoals hij in elkaar zit en tegelijkertijd in God blijven geloven. Martinet was daarvoor de aangewezen persoon. Hij had natuurkunde en theologie gestudeerd zijn werk als dominee was hierin een pré. Zijn bewondering voor de wereld was tegelijkertijd bewondering voor de almacht van God die een ideaal masterplan had weten te ontwerpen.

Cathechismus

Vanuit dat standpunt gezien schreef Martinet zijn 'Catechismus der Natuur', een boek dat in vele talen werd vertaald en lang als schoolboek werd gebruikt. Hij gebruikte de dialoog: het populairste middel in de achttiende eeuw om kennis over te brengen. Door middel van vragen en antwoorden tussen een leerling en een meester slaagde Martinet erin om de lezer in gewone spreektaal een reusachtige hoeveelheid wetenschappelijke informatie aan te reiken. Toeval bestaat niet en een louter wetenschappelijke verklaring al helemaal niet. Overal zit de hand van God achter.

 

Melkfabriek

In 1879 deelt de burgemeester van Zutphen mee dat de melkmarkt met ingang van 29 mei 1879 op de Schupstoel zal worden gehouden. In augustus van dat jaar wijst hij ook het Broederenkerkplein als verkoopplaats aan. Verkoop van de melk heeft direct aan de consument plaats. Gemeente gunt bouw nieuwe fabriek voor 17.550 gulden. Wat daaraan vooraf ging, blijkt uit een Zutphensche Courant van december 1812. Een advertentie meldt dat de Zutphensche Melkinrichting op 10 december geopend zal worden. Twee dagen later is daarover een verslag te lezen, waarin staat dat de melkinrichting gevestigd is in de Bernhardsteeg en dat deze 'aller aanbeveling verdient door de reinheid die in elk opzicht betracht wordt'. In een daarvoor ingerichte kamer is gelegenheid voor het drinken van een glas melk dat geserveerd wordt door een paar aardige als boerinnetjes verklede meisjes.

Lees meer: Melkfabriek

Proosdijsteeg

Proostdijsteeg 5-7-9.


Bijzonderheden Dit huis is gedeeltelijk tegen Proostdijsteeg 1-3 aangebouwd. In het gemeenschappelijke muurgedeelte zijn op de zolder van dit laatste pand twee romano-gotische vensternissen te zien. In het buitengedeelte van deze gevel bevinden zich nog twee van zulke nissen en een weggerestaureerde derde op, dezelfde hoogte. Men kan dit zien vanaf het pleintje ten zuiden vande Librije.
Voor een reconstructietekening van deze gevel zoals hij eruit zag in de tweede helft van de dertiende eeuw, door de Werkgroep Bouwhistorie Historische Vereniging Zutphen, zie [2], bladzijde 140.
De oorspronkelijke functie van het huis is niet bekend, een kapittelzaal is aannemelijk. Samen met het buurhuis staat het nu bekend als “de Proostdij”.
Restauratie In 1983 in desolate toestand van de gemeente Zutphen gekocht. Bij de restauratie is het huis in drie woningen verdeeld, waarbij nummer 9 aan de kant van het Bolwerck van een nieuwe toegangspartij is voorzien. Hierbij is gebruikt gemaakt van het overtollige stel deuren van Oude Wand 100, zie aldaar voor de geschiedenis van deze deuren.


Literatuur [1] M.M. Doornink-Hoogenraad, De proostdij te Zutphen, De Walburg Pers Zutphen, 1975.
[2] M.R. Hermans en M. Groothedde, De Proosdij, Dekenije en andere geestelijke huizen rond de kerk. De historische bebouwing binnen de voormalige immuniteit = Hoofdstuk 6 in
De Sint-Walburgiskerk in Zutphen, Walburg Pers, Zutphen 1999.
[3] Ronald Stenvert et al., monumenten in Nederland, Gelderland, blz 364. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist. Waanders Uitgevers, Zwolle, 2000.
[4] Jaarverslag Wijnhuisfonds 1985, blz 21-31.

Raadhuis

Op het 's Gravenhof is een van de opvallende gebouwen met haar markante beeldhouwwerk wel het oude gemeentehuis. Uit 'overrentmeesterrekeningen' blijkt dat reeds in 1371 wijn is gedronken in de 'raetcamer'. Echter al voor 1339 is Zutphen in het bezit van een gebouw dat afwisselend wordt aangeduid met Raadhuis of Schepenhuis.
Uit een andere rekening uit 1426 blijkt dat men twee tonnen witkalk gekocht heeft om het 'nye raethuis' te witten. Dat men ooit is begonnen met deze nieuwbouw is bevreemdend als men bedenkt dat er zich naast het 'nye raethuis' een vleeshuis stond waar men in 1448 nog heeft geïnvesteerd in het leggen van een nieuwe vloer.

Lees meer: Raadhuis

Ruiter Kortegaerd

RuitKG2In 1639 gebouwd door Emond Hellenraet (± 1592-vóór 1664), die vooral bekend is als bouwmeester van de Wijnhuistoren. Samen met het buurhuis het Bolwerck (1549) en met de Drogenapstoren (1446) op de achtergrond vormt het een zeer fraaie afsluiting van de Zaadmarkt. De bakstenen trapgevel in renaissance stijl opgetrokken heeft de grote trappen welke zijn opgevuld met klauwstukken. Het pand is bekroond door een gebroken tympaan met kleine obelisk. Boven de twee hoofdvensters zijn een soort accoladebogen aangebracht. De toegangspoort met dorische pilasters, Typerend in het pand zijn ook de ronde ramen, ook wel 'runderogen' genoemd.

Lees meer: Ruiter Kortegaerd

Schelpenkoepel

De Zutphense schelpengrot is een ontwerp van de Zweedse architect J. Horleman. Het was in 1697 dat hij voor de eigenaar van de 'Hof van Heeckeren' het nu zo bekende ontwerp maakte. De baron van Walraven van Heeckeren en heer van Nettelhorst wilde zijn tuin moderniseren volgens de laatste modetrend. Zo kwam het dat de tuin werd versierd met water- en rotspartijen. Ook de grot werd gebouwd en ingelegd met schelpen, koralen, mineralen en gesteente. De Hollandse zeevaarders hebben tijdens hun reizen, die ze voor de VOC en de WIC maakten, veel kleurige tropische schelpen en slakkenhuizen meegenomen. Vanwege hun zeldzaamheid waren de fraaie schelpen toentertijd alleen verkrijgbaar voor rijke adel en gegoede burgers. In Nederland kennen we nog slechts drie schelpengrotten. De bekendste zijn te vinden bij kasteel Rosendael (bedriegertjes), en bij paleis het Loo in Apeldoorn. In 2001 heeft de schelpenkoepel haar laatste renovatie ondervonden. Er werden in totaal 10.500 schelpen verwerkt tijdens deze werkzaamheden. De 'kokkel' en het 'nonnetje' beide voorkomend in de Noordzee maken voor ongeveer 50% deel uit van de gebruikte schelpensoorten.

 

ten Broeck huis

Het ten Broeck huis vinden we op Zaadmarkt 100. pand werd in 1978 door het Wijnhuisfonds gekocht van drukkerij Nauta. In het oude huis aan de Zaadmarkt waren de kantoren gevestigd, de drukkerij zelf bevond zich in allerlei nieuwere aanbouwsels aan de achterzijde. Hiervan is Kerkhof 5 behouden en verbouwd tot een aantrekkelijke woning, de rest heeft plaatsgemaakt voor tuinen. Na de restauratie is het geheel overgenomen door de reeds uit de middeleeuwen stammende Sint Anthonie Groote Broederschap, die in Zutphen woningen bezit en verhuurt.

Lees meer: ten Broeck huis

Watertoren

In 1926 werd door de 'Hollandsche Maatschappij tot het Maken van Werken in Gewapend beton', een nieuwe watertoren gebouwd. Eerder werd de druk op het leidingnet opgebouwd door een watervat in de Drogenapstoren. Deze heeft sinds 1889 dienst heeft gedaan als watertoren. In de toren bevindt zich een waterreservoir met een inhoud van 600 kub. water !! Het was in eerste instantie een open reservoir maar omdat door kapotte ruiten, duiven en ander ongedierte zich in de toren nestelden, heeft men in 1981 besloten om het open reservoir van een betonnen dek te voorzien, om zo vervuiling van het water tegen te gaan.

Lees meer: Watertoren

Wijnhuistoren

Het Wijnhuis op de markt heeft sinds 2002 weer een horecabestemming. Reeds in de 1371 is er sprake van een herberg 'to Vreden'. Vreden en ook Vrijthof betekent niet meer dan een afgesloten ruimte. Het stadsbestuur ontving haar gasten meestal 'to Vreden'. Daar dit regelmatig voorkwam besloot het toenmalige stadsbestuur tot aanschaf over te gaan en zo gebeurde het dat in 1420 'doe men Vreden coft' de stad eigenaar werd van het pand. En zoals te doen gebruikelijk heeft het bestuur na aanschaf direct besloten tot een grote verbouwing.

Lees meer: Wijnhuistoren

Ansichtkaarten

Gevelstenen

Belegeringsprenten