Kaarsenkroon

kaarsenkroonIn het koor direct zichtbaar bij binnenkomst hangt majestueus de eeuwenoude kaarsenkroon. Dit is niet haar oorspronkelijke plek en ook niet haar oorspronkelijke uiterlijk. De kroon heeft een hele geschiedenis achter zich. Niet alleen qua uiterlijke veranderingen maar ook wat functie en plaats in de kerk aangaat.

Luchter, grafkroon, kerkkroon, lichtkroon, en meest recentelijk kaarsenkroon, zijn namen waaronder de kroon in de loop der eeuwen bekend stond.
Ze werd (vermoedelijk) rond 1400 opgehangen bij het cerntrale altaar op het laagkoor, het Heilig Kruisaltaar. Een periode waarin de kerk nog in gebruik was voor de katholieke eredienst. Na 1591 ging de kerk over in protestantse handen en verloor de kroon haar lithurgische functie. 

De twee graftambes van het huis Gelre stonden dicht bij de kroon. Alhoewel er geen relatie tussen beide was werd de kroon toch vaak in één adem met de graftombes wbk-int-kroon-1genoemd. Deze combinatie leverde nog een groot gevaar voor haar bestaan op toe in 1795 de Zutphese bevolking alles wat naar adel riekte in de kerk trachtte uit te bannen. Herenbanken, wapens in grafstenen, grafmonumenten en de tombes van Gelre werden zo goed al mogelijk uitgewist. De kroon bleef gelukkig ongemoeid. 
De kroon bestaat uit drie lagen en is opgebouwd uit platte staven en stangen van smeedijzer, die met elkaar zijn verbonden door midel van pen-en-gatverbindingen. De twaalfhoekige onderrond heeft een middellijn van 2,5 meter en de hoogte van het geheel bedraagt 2,37 m. Het ijzer waaruit de Walburgiskroon is gesmeed bevat een heel hoog koolstof- en fosforgehalte wat betekent dat het héél oud ijzer is en stamt uit een periode waaruit weing smeedwerk meer is overgebleven.
Slecht onderhoud en modernisering:

Had de kaarsenkroon een aanval van de Zutphense bevolking overleefd toe kwam echter verval door slecht onderhoud. De kroon werd in de Zuiderkapel opgehangen en de verf begon te bladderen. De sierkettingen rond de ophangketting waren verdwenen. De roest deed verder haar werk.
In 1856 ondergaat de kroon een modernisering. en opknapbeurt. De kaarsenhouders worden vervangen door petroleumlampen, die in 1867 alweer worden vervangen door gaslampen. Een deel van het binnenwerk van de kroon wordt verwijderd om plaats te maken voor een gaspijp. Als kort daarna elektra mogelijk in opkomst is wordt dit niet toegepast op de kroon. Vanaf 1906/1907 is de kroon onverlicht.
Na de Tweede Wereldoorlog is het besef ontstaan dat de Walburgiskerk een unieke kroon bezit die haar weerga in Europa niet kent. De op dat moment weer hevig verroeste kroon wordt voor een 'restauratiebeurt' door de edelsmeden van de firma Brom onder handen genomen. Monumentenzorg wordt erbij betrokken en de smeden gaan aan de slag maar mogen ondanks hun protest de laatste oude verfresten niet redden. Hij wordt blank geschuurd en zo verdwijnen de oude sporen van rood, groen, wit, de vleeskleur inkarnaat en haar goudsporen.
Oorspronkelijk uiterlijk:

Er zijn geen documenten uit de begintijd van de kaarsenkroon gevonden, echter de figuratiefries in de onderrand geven enig houvast wat de datering aangaat. De twaalf zijden worden met elkaar verbonden door middel van slanke hoektorentjes. De kroon is bedenkt met gebladerte en daartussen bevinden zich een dertigtal vosjes. De onderrand bevat 24 kaarsenhouders, de middenkroon bevat er nog eens twaalf.
In 1792 heeft kunstenaar Weijer een totaaltekening gemaakt en in 1857 wordt de figurenrand apart getekend. Hier let de de tekenaar echter niet goed op de kleding van de afgebeelde persnages en ook een muurdeel ziet hij over het hoofd. Het uiterlijk wordt beschreven en men herkent jachttaferelen, beelden uit de ridderlijke wereld en vraagt zich af wat eenhooorns in de rand doen. Verder wordt sindsdien aangenomen dat de kroon één deel van de figurenfries heeft verloren. Van veel bladornamenten die de kroon oorspronkelijk bedekten zijn stukken afgebroken. Het bodemrooster bevat gaten die zijn aangebracht in de 19e eeuw om de gaslampen te monteren. In de onderrand zien we een aantal lege plaatsen en in de letterfries naast Maria is een gat te zien. 
de onderrand is twaalhoekig en op de hoeken staan 'poorttorentjes';
onderaan zijn de namen van Jezus, Maria en apostelen aangebracht;
daarboven is een fries te zien met eenhoorns, burchten, jachtscènes, reidand en dieren;
de figurenfries was oorspronkelijk polychroon en de rest van de kroon was verguld;
op de onderkroon staan vierentwintig, onlangs vernieuwde kaarsenhouders;
de kroon is bedekt met bladornamenten;
tussen de bladeren bevinden zich dertig vossen;
onderin bevindt zich een roosterin de vorm van een roosvenster, waarop oorspronkelijk een versiering was aangebracht die op een boeket bloemen leek;
de ophanging is veranderd.
Jeruzalemluchter:

kaarsenkroon-02Onderzoek door Aartje Bos -Oskam heeft er toe geleid dat aan de lange rij met namen een nieuwe benaming kunnen toevoegen;
"Jeruzalemluchter", deze vertelt ons de verhalen van de lijdende eenhoorn, van de zoektocht van de valkenier en van de bruidegom en de bruid. Deze eeuwenoude christelijke symbolieklaat ons zelfs zien welek weg pelgrims van de aarde naar het hemelse jeruzalem zal leiden.
Zo hangt in de kloosterkerk van het Duitse Gross Comburg een zeldzaam complete Jeruzalemluchter uit 1104/1139, die iets uitbeeld van najagen en strijden. Deze luchter is eveneens opgebouwd uit twaalf kanten aan elkaar verbonden met torens op de hoekverbindingen. Elke zijde weer voorzien van 4 kaarsen (36 in totaal) net als de luchter in de Walburgiskerk. 
Jeruzalemluchters hebben een aantal vaste kenmerken. Ze hebben de vorm van een kroon (tiara) en is gebaseerd op een twaalfhoek. (het Hemelse Jeruzalem was hier eveneens op gebaseerd). Als fundament werden de namen van de twaalf apostelen aangebracht. 
Zo is na eeuwen van anders denken de 'Grafkroon' in een compleet ander daglicht komen te staan en kunnen we eindelijk de waarheid omtrent haar symboliek beter begrijpen. 

 

Bron: De Kaarsenkroon van de Sint Walburgiskerk, door Aartje Bos-Oskam