Walburgiskerk

wbkerk

De Walburgiskerk

De Walburgiskerk in Zutphen is een van de mooiste kerken van Nederland. Rond 1050 is men begonnen met de bouw van De kerk in haar huidige vorm. Er heeft daarvoor op dezelfde plek een andere kerk gestaan.  Tweehonderd jaar later is hij grondig verbouwd, waarbij hij zijn huidige vorm en omvang bereikte.

Tot 1591 was de Walburgiskerk een collegiale of kapittelkerk en de oudste parochiekerk van Zutphen. Na de reformatie was het de hoofdkerk van de Hervormde Gemeente en in de afgelopen jaren van de Protestantse Gemeente Zutphen.

Rijksmonument

De huidige kerk is niet de eerste op deze plaats. Bij bouwkundig onderzoek in de jaren negentig van de vorige eeuw werden boven de gewelven van koor en transept restanten ontdekt van een grote Romaanse kerk. Dat was een kerk in de Utrechtse stijl. Ze leek veel op de St. Pieter, de St. Janskerk in Utrecht, de St. Lebuinuskerk in Deventer of de St. Martinus in Emmerik (Duitsland). Dit waren allemaal kerken gebouwd door de bisschop van Utrecht. Daarmee leverde dit onderzoek ook een antwoord op wie toch de opdrachtgever was geweest voor de St. Walburgiskerk: de graaf van Zutphen of de bisschop van Utrecht. Rond 1220 werd begonnen met de bouw van de huidige kerk.

Lees meer: Walburgiskerk

Librije

librije 040510 008Naast de kerk bevindt zich de beroemde "Librije", de nog geheel in oude staat verkerende 'kettingbibliotheek' van de kanunniken uit de 16e eeuw. (1561-1564). De bibliotheek werd gesticht als dam tegen de Hervorming, die in die eeuw zienderogen terrein won.
De Librije was een openbare leeszaal die werd opgericht door twee kerkmeesters, Conrad Slindewater en Herman Berner. Uit archiefstukken blijkt dat een belangrijke doelstelling van de Librije was, de mensen voor het "ware" geloof te behouden door hen "goede" boeken te laten lezen. Conrad Slindewater, meende dat mensen door het lezen van de juiste boeken wel van hun dwalingen werden genezen en op het rechte pad zouden blijven.


Onder de bezoekers moet zich Jaromir hebben bevonden. De jonge monnik bezocht de Librije en werd er een nacht opgesloten. Volgens een dichterlijke vrijheid door toedoen van de duivel in de gedaante van een hond. De hellegeest wilde Jaromir straffen toen die een kippenboutje oppeuzelde. Wie dat niet gelooft, moet maar eens goed naar de pootafdruk van een hond in een plavuis van de bibliotheek kijken. Honden komen toch niet in zo'n gebouw, duivels wel, die kunnen door muren en deuren heen hun slachtoffer benaderen.

De Librije werd gebouwd naar het model van de boekenzalen van twee Zutphense middeleeuwse kloosters van 1561 tot 1564. Er was plaats voor driehonderd boeken. Echter voor de bouw begon moest eerst het daar aanwezige kerkhof worden geruimd. Arbeiders die het kerkhof moesten ruimen kregen brandewijn te drinken. Hiermee werd getracht hun zintuigen te onderdrukken om zo beter bestand te zijn tegen de vreselijke stank die uit de soms nog verse graven voortkwam. Slechts op een vijftal plaatsen elders in de wereld vindt u dergelijke kettingbibliotheken. De Zutphense Librije is een van de best bewaarde en mag dus uniek worden genoemd. Er bevinden zich 85 incunabelen (drukken gemaakt tussen 1450 en 1500, 1450 deed de boekdrukkunst zijn intrede), en 500 boeken uit de 16e eeuw.
De tekstverdeling op het blad links is kenmerkend voor die tijd, in het midden staat de hoofdtekst, er omheen staat een "beschrijving" van de hoofdtekst zodat deze goed zal worden begrepen. Daarnaast vindt men in de kantlijnen nog aantekeningen cq bevindingen van de lezers. De boeken werden zonder kleur en plaatjes gedrukt en als ongebonden bladzijden te koop aangeboden, de koper (meestal kerkgenootschappen) moesten dus de boeken nog zelf inbinden. Ook de fraaie tekeningen werden later toegevoegd.
Als openbare leeszaal heeft de Librije 30 jaar gefunctioneerd. In de zeventiende en achttiende eeuw was het een particuliere bibliotheek voor predikanten en raadsleden. In de negentiende eeuw raakte de Librije in vergetelheid. Aan het eind van de negentiende eeuw werd de Librije herontdekt als een monument van wetenschap en geschiedenis. Sinds 1984 wordt zij beheerd door een beheerstichting: de Stichting Librije Walburgiskerk Zutphen
Zie ook de website: www.librije-zutphen.nl

Kaarsenkroon

kaarsenkroonIn het koor direct zichtbaar bij binnenkomst hangt majestueus de eeuwenoude kaarsenkroon. Dit is niet haar oorspronkelijke plek en ook niet haar oorspronkelijke uiterlijk. De kroon heeft een hele geschiedenis achter zich. Niet alleen qua uiterlijke veranderingen maar ook wat functie en plaats in de kerk aangaat.

Luchter, grafkroon, kerkkroon, lichtkroon, en meest recentelijk kaarsenkroon, zijn namen waaronder de kroon in de loop der eeuwen bekend stond.
Ze werd (vermoedelijk) rond 1400 opgehangen bij het cerntrale altaar op het laagkoor, het Heilig Kruisaltaar. Een periode waarin de kerk nog in gebruik was voor de katholieke eredienst. Na 1591 ging de kerk over in protestantse handen en verloor de kroon haar lithurgische functie. 

De twee graftambes van het huis Gelre stonden dicht bij de kroon. Alhoewel er geen relatie tussen beide was werd de kroon toch vaak in één adem met de graftombes wbk-int-kroon-1genoemd. Deze combinatie leverde nog een groot gevaar voor haar bestaan op toe in 1795 de Zutphese bevolking alles wat naar adel riekte in de kerk trachtte uit te bannen. Herenbanken, wapens in grafstenen, grafmonumenten en de tombes van Gelre werden zo goed al mogelijk uitgewist. De kroon bleef gelukkig ongemoeid. 
De kroon bestaat uit drie lagen en is opgebouwd uit platte staven en stangen van smeedijzer, die met elkaar zijn verbonden door midel van pen-en-gatverbindingen. De twaalfhoekige onderrond heeft een middellijn van 2,5 meter en de hoogte van het geheel bedraagt 2,37 m. Het ijzer waaruit de Walburgiskroon is gesmeed bevat een heel hoog koolstof- en fosforgehalte wat betekent dat het héél oud ijzer is en stamt uit een periode waaruit weing smeedwerk meer is overgebleven.
Slecht onderhoud en modernisering:

Had de kaarsenkroon een aanval van de Zutphense bevolking overleefd toe kwam echter verval door slecht onderhoud. De kroon werd in de Zuiderkapel opgehangen en de verf begon te bladderen. De sierkettingen rond de ophangketting waren verdwenen. De roest deed verder haar werk.
In 1856 ondergaat de kroon een modernisering. en opknapbeurt. De kaarsenhouders worden vervangen door petroleumlampen, die in 1867 alweer worden vervangen door gaslampen. Een deel van het binnenwerk van de kroon wordt verwijderd om plaats te maken voor een gaspijp. Als kort daarna elektra mogelijk in opkomst is wordt dit niet toegepast op de kroon. Vanaf 1906/1907 is de kroon onverlicht.
Na de Tweede Wereldoorlog is het besef ontstaan dat de Walburgiskerk een unieke kroon bezit die haar weerga in Europa niet kent. De op dat moment weer hevig verroeste kroon wordt voor een 'restauratiebeurt' door de edelsmeden van de firma Brom onder handen genomen. Monumentenzorg wordt erbij betrokken en de smeden gaan aan de slag maar mogen ondanks hun protest de laatste oude verfresten niet redden. Hij wordt blank geschuurd en zo verdwijnen de oude sporen van rood, groen, wit, de vleeskleur inkarnaat en haar goudsporen.
Oorspronkelijk uiterlijk:

Er zijn geen documenten uit de begintijd van de kaarsenkroon gevonden, echter de figuratiefries in de onderrand geven enig houvast wat de datering aangaat. De twaalf zijden worden met elkaar verbonden door middel van slanke hoektorentjes. De kroon is bedenkt met gebladerte en daartussen bevinden zich een dertigtal vosjes. De onderrand bevat 24 kaarsenhouders, de middenkroon bevat er nog eens twaalf.
In 1792 heeft kunstenaar Weijer een totaaltekening gemaakt en in 1857 wordt de figurenrand apart getekend. Hier let de de tekenaar echter niet goed op de kleding van de afgebeelde persnages en ook een muurdeel ziet hij over het hoofd. Het uiterlijk wordt beschreven en men herkent jachttaferelen, beelden uit de ridderlijke wereld en vraagt zich af wat eenhooorns in de rand doen. Verder wordt sindsdien aangenomen dat de kroon één deel van de figurenfries heeft verloren. Van veel bladornamenten die de kroon oorspronkelijk bedekten zijn stukken afgebroken. Het bodemrooster bevat gaten die zijn aangebracht in de 19e eeuw om de gaslampen te monteren. In de onderrand zien we een aantal lege plaatsen en in de letterfries naast Maria is een gat te zien. 
de onderrand is twaalhoekig en op de hoeken staan 'poorttorentjes';
onderaan zijn de namen van Jezus, Maria en apostelen aangebracht;
daarboven is een fries te zien met eenhoorns, burchten, jachtscènes, reidand en dieren;
de figurenfries was oorspronkelijk polychroon en de rest van de kroon was verguld;
op de onderkroon staan vierentwintig, onlangs vernieuwde kaarsenhouders;
de kroon is bedekt met bladornamenten;
tussen de bladeren bevinden zich dertig vossen;
onderin bevindt zich een roosterin de vorm van een roosvenster, waarop oorspronkelijk een versiering was aangebracht die op een boeket bloemen leek;
de ophanging is veranderd.
Jeruzalemluchter:

kaarsenkroon-02Onderzoek door Aartje Bos -Oskam heeft er toe geleid dat aan de lange rij met namen een nieuwe benaming kunnen toevoegen;
"Jeruzalemluchter", deze vertelt ons de verhalen van de lijdende eenhoorn, van de zoektocht van de valkenier en van de bruidegom en de bruid. Deze eeuwenoude christelijke symbolieklaat ons zelfs zien welek weg pelgrims van de aarde naar het hemelse jeruzalem zal leiden.
Zo hangt in de kloosterkerk van het Duitse Gross Comburg een zeldzaam complete Jeruzalemluchter uit 1104/1139, die iets uitbeeld van najagen en strijden. Deze luchter is eveneens opgebouwd uit twaalf kanten aan elkaar verbonden met torens op de hoekverbindingen. Elke zijde weer voorzien van 4 kaarsen (36 in totaal) net als de luchter in de Walburgiskerk. 
Jeruzalemluchters hebben een aantal vaste kenmerken. Ze hebben de vorm van een kroon (tiara) en is gebaseerd op een twaalfhoek. (het Hemelse Jeruzalem was hier eveneens op gebaseerd). Als fundament werden de namen van de twaalf apostelen aangebracht. 
Zo is na eeuwen van anders denken de 'Grafkroon' in een compleet ander daglicht komen te staan en kunnen we eindelijk de waarheid omtrent haar symboliek beter begrijpen. 

 

Bron: De Kaarsenkroon van de Sint Walburgiskerk, door Aartje Bos-Oskam

Doopvont

Font vitae - "Levensbron"

Dat de doopvont in de Zutphense Sint Walburgiskerk nog steeds redelijk intact is, is het gevolg van een goed ingrijpen door de kerkmeesters in 1597. De Spanjaarden roofden vee en burgers weg. Door de Spanjaarden een stuk kerkeland ter verpanding aan te bieden hebben bleef de vont gespaard als object voor roof. Dat neemt echter niet weg dat de vont later alsnog ontdaan werd van ornamenten en beeldjes.
De vont bestaat uit een op zes liggende leeuwen rustende geprofileerde voet die, via een ronde stam met vier tegen de schacht aangebrachte Evangelistenbeeldjes overgaat in een geprofileerd bekken.

Op het bekken rust het aan een smeedijzeren hefkraan opgehangen deksel met torenvormige bekroning die eindigt in een gedraaide knop, waarop een pelikaan als symbool van de goddelijke liefde. Het oudste schriftelijke gegeven over de vont levert het rondschrift op het deksel waarin de opdrachtgevers en de maker worden genoemd, die in 1527 de Walburgskerk met de vont verrijkten:
Wij kercmesteren Jan Aessack ende Franssen de Wit hebben doen maken binnen onsen levene dese metalen vonte verstaet wel dit als men screef vijftien hondert twintich en sueven te Meclen van mij gielies van Eijnde ghedaen en mijne loen dr af ontfaen".
Dank zij dit opschrift is in elk geval de naam van de maker bekend; van wie verder geen ander gesigneerd werkstuk voorhanden is. Pogingen om iets over Gielis van Eynde aan aan de weet te komen zijn tot op heden op niets uitgelopen. Ook de Belgische literatuur geeft geen nadere bijzonderheden. Gielis van Eynde blijft helaas in duister gehuld. Van de gietersfamilie heeft zijn zoon Jan bekendheid verworven. Zijn naam is verbonden aan het koperen traliewerk in een van de koorhekken van de Jacobikerk in Utrecht. Beide werkstukken van vader en zoon hebben gemeen dat bepaalde onderdelen typische renaissance vormen vertonen. Dit geldt bij de doopvont voor de verbindingsdelen tussen de buitenste fioelen en de steunberen rondom het paviljoen.
In dat gotische paviljoen staat een beeldgroep, voorstellend de doop in de Jordaan. Johannes de Doper maakt een loos doopgebaar en de engel houdt vergeefs het gewaad van de Gedoopte, want de Christusfiguur ontbreekt al sinds onheuglijke tijden. Ofschoon incompleet is het een plastische groep die teruggaat op een iconografisch cliché dat al bekend is van de mozaïeken in de vroeg-Christelijke baptisteria en van de oudste miniaturen van het Avondland. Rondom deze geschonden, door het ingewikkeld koperen bouwwerk aan het oog onttrokken hoofdgroep staan in twee kransen de kleine beeltenissen van de twaalf apostelen, door grijpgrage handen helaas ook niet meer op volle sterkte. Op de bovenste trans is nog plaats voor zes heiligenbeeldjes, waarvan er ook een is verdwenen en een ander verminkt. Gespaard zijn Agnes (met lam), Stephanus (met stenen op boek), een diaken en twee niet goed indentificeerbare beeldjes.

Tegen de stam van het grote bekken zijn vier evangelisten met hun attributen in ondiepe nissen geplaatst. De gegoten beeldjes hebben allen iets van een aandoenlijke naïviteit. De grote baretten op de kleine kopjes, de plomgeplooide gewaden leveren van die gemoedelijke beeldjes op als de pijpaarden figuurtjes uit de bakovens van de middeleeuwse devotionaliën-industrie. De apostelen zijn iconografisch iets minder direct herkenbaar en dat alles geeft wellicht aanleiding tot de karakteristiek "un peu alourdi" of zoals E. H. ter Kuile het uitdrukte: "De doopvont is een zeer kostelijk en monumentaal werk, maar het kan niet worden ontkend dat de geelgieter in de beelden weinig te bewonderen geeft". Smaak en appreciatie volgen golfbewegingen en het is uiteindelijk niet de criticus die het voor het zeggen, laat staan het laatste woord heeft. Een ding staat vast, de vont
heeft door de eeuwen heen veel bewondering gewekt, zoveel zelfs dat hij niet alleen in gips is afgegoten om als model te staan in het Rijksmuseum en zelfs in het Musée Cinquantenaire in Brussel, maar ook als een voorbeeld ter navolgingKER-WB-doopv_07is gekozen, niet voor een slaafse repliek maar als uitgangspunt voor een nieuwe schepping. Hoe anders zal een handvaardig en "intellectueel" in gotiek geschoolde, laat 19de-eeuwse geelgieter het oude thema weer opnemen en het -naar eigen zeggen -zelfs verbeteren. Dit laatste kan iedereen zelf beoordelen door de Werken te vergelijken.

*Bron:
"Een bron van inspiratie" De Doopvonten van Gielis van der Eynde en Jan Brom" door A.G. Schulte

Baderorgel

Voordat het Baderorgel werd gebouwd was er een voorganger. Midden vijftiende eeuw, 1456 om precies te zijn is er een orgel onder de toren geplaats, waarschijnlijk betrof het de verplaatsing van een bestaand instrument. Dit orgel werd in 1503 gerepareerd en opgesteld boven het Mariaportaal. Dit orgel werd opgevolgd door een in 1534 door Hans Graurock uit Emmerich gebouwd instrument. Een eeuw later (1637) wordt door Arent van Benthem organist van de kerk gewezen op een noodzakelijke restauratie. Van Benthem stelt samen met zijn broer Hendrick, organist in Kampen, een plan op. Deze Hendrick moet Hans Hendrick Bader geweest zijn.

Lees meer: Baderorgel

Gewelfschilderingen

Gewelfschilderingen

sybllen-op-kruisbogenDe bezoekers van de kerk zullen zonder uitzondering ook een blik op de gewelfschilderingen van de kerk werpen. De kleurrijke tekeningen van bloemmotieven, Christus, Vergilius (een sibelijns orakel) en een aantal bijzondere afbeeldingen van sybillen. Sybillen is een benaming voor vrouwen uit de klassieke oudheid, die geínspireerd door een godheid (vaak Apollo) in extase spontaan en ongevraagd de toekomst voorspelden. Zo treffen we de Tubertijnse, Erytreïsche en Samilische sybillen aan. Zij hebben alle een geschiderede vaandel naast zich met een tekst. De schilderingen zijn na een restauratie in 1906 tevoorschijn gekomen vanonder een in 1565 aangebrachte kalklaag. De gewelfschilderingen in het linker transept dateren uit 1492 en die uit het rechter uit 1499. In het koor zijn de schilderingen van iets later. Recentelijk hebben restaurateurs de kleuren op basis van uitgebreid onderzoek gereconstrueerd en hersteld. Als u dus de kerk bezoekt vergeet u dan zeker niet om ook de gewelven uitgebreid te bekijken.

(Bron: In de schaduw van profeten, Hans de Greeve)

 

wbk-pfschild-55

Brand in de Walburgistoren

 

Credokapel

Plafondschildering Credokapel

Komt dat zien

De Credokapel in Zutphen, in de St. Walburgskerk, is een van de mooiste plafondschilderingen in Nederland.

Je moet wel omhoog kijken. En dan zie je veel wat voor de 'middeleeuwer' volkomen duidkijk was, maar wat wij kwijt zijn.  Verder is voor de moderne mens niet alles even duidelijk. We weten een boel niet, wat de middeleeuwer wel wist! En dan zijn de aangebrachte teksten nog in het Latijn ook.

Achtergrond

Credo betekent geloof. De kapel heet zo omdat die plafondschilderingen met elkaar de Apostolische Geloofsbelijdenis vormen. Het verhaal daarbij is dat de twaalf apostelen op een bepaald moment uiteen gingen om het evangelie overal te verkondigen. Bij die gelegenheid zou elk van de apostelen een punt van die geloofsbelijdenis hebben uitgesproken. Aan dit Uiteengaan was zelfs een dag gewijd: 15 juli.

In werkelijkheid heeft deze belijdenis geleidelijk aan de gegeven vorm gekregen. En de apostelen spraken ook geen Latijn, maar (zeer waarschijnlijk) Aramees. Ze zijn alle 12 opgenomen in dit schitterende geheel, elk met zijn eigen tekst. Maar er is meer. In deze schildering zijn ook citaten van profeten opgenomen, oud-testamentische teksten dus.

De sluitstenen passen ook in het verhaal. Op twee na tonen ze de afbeeldingen uit het lijdensverhaal; Arma Christi, de wapens van Christus worden ze genoemd. Op die twee andere staan familiewapens.

Structuur

Aan de linkerkant is een ruit van vier sluitstenen te zien; middenin de ruit een vijfde sluitsteen.  Met de zijden van de ruit als basis is

Sluitstenen Credokapel Walburgiskerk
Sluitstenen

telkens een apostel met een profeet afgebeeld. Aan de rechterkant, de raamzijde, net zo. Dat maakt samen acht apostelen = acht artikelen. Waar zijn de andere vier?

In het midden kruisen twee gewelfribben elkaar. Daar staan twee apostelen. En helemaal rechts -daar is de punt van het raam- zijn er nog twee, samen twaalf. Aan de linkerkant staan de eerste zes artikelen, rechts de laatste zes, alle vergezeld van commentaar uit het Oude Testament.

Het eerste artikel, met Petrus, staat aan de ZW-zijde van de voorste ruit, geteld vanuit de kerk. Het venster is op het Noorden. Het tweede staat aan de NW-zijde.

Onderdelen en teksten

Op deze site gaan we de onderdelen bekijken en de teksten geven en vertalen. Allereerst de apostelen met hun teksten, en natuurlijk daarbij de tegenhangende teksten, doorgaans van profeten, maar niet allemaal. Ook de sluitstenen komen aan de orde.

Uniek middeleeuws beeld in Walburgiskerk

Uniek middeleeuws beeld in Walburgiskerk

Tijdens de laatste dag van het archeologisch onderzoek in de Sint Walburgiskerk in Zutphen is een bijzonder religieus beeld gevonden. De archeologen draaiden een plaat van kalksteen in de bodem om en stonden oog in oog met God.

De zeer rijk gebeeldhouwde sculptuur stelt God voor, tronend in een wolk met de rijksappel en keizerskroon. Het beeld maakte zeer waarschijnlijk deel uit van het zogenaamde doksaal; het gebeeldhouwde natuurstenen koorhek dat het verhoogde priesterkoor afscheidde van het middenschip, waar de burgers (parochianen) kwamen. De fundering van het doksaal is ook gevonden. Onder het verhoogde koor lag de crypte.

Veel details

Het bijzondere aan de vondst is dat het zeer rijk en gedetailleerd is uitgevoerd en dat er nog resten van beschilderingen (polychromie) op zitten. Zo heeft God lichtblauw haar, evenals de wolk waarop hij troont. Zijn mantel, de achtergrond en de keizerskroon zijn rood geschilderd.

Deel van grotere voorstelling

Het beeld is het rechterdeel van een grotere voorstelling. In een rond medaillon links van hem stond vermoedelijk een duif, symbool van de heilige Geest. Geheel rechts zal een beeld van Christus hebben gezeten. De totale afbeelding stelde dus de Heilige Drie-Eenheid voor. De positie van het beeld moet welhaast centraal in het doksaal zijn geweest, boven de trap naar het hoogkoor.

Tijdens Reformatie in bodem beland

Het beeld is waarschijnlijk tijdens de Reformatie, bij de sloop van het doksaal en de crypte in 1595, in de bodem beland. De Hervormden hebben de kerk gelijkvloers gemaakt en Katholieke elementen zoveel mogelijk verwijderd. De beeltenis van God werd als funderingspoer van een dragende kolom gebruikt voor een houten balustrade waarop de notabelen van de Hervormde kerk de dienst konden bijwonen. De andere kolompoeren waren van baksteen.

Unieke vondst

De kwaliteit van het beeldhouwwerk en het feit dat er nog kleuren op aanwezig zijn maken de vondst uniek. Het beeld zal voorzichtig worden gereinigd en geconserveerd en zal na de renovatie in de kerk te zien zijn.

Bron: gemeente Zutphen

Klokken luiden

In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk beschadigd door geweld.  Tijdens herstelwerkzaamheden werd de toren door brand getroffen. De spits brandde af, evenals de houten gebinten in de toren, en de historische klokken vielen te pletter. De klokkenstoel heeft tegenwoordig een betonnen vloer. Daar hangen de vier grote klokken boven die zijn vernoemd naar onze vier prinsessen Beatrix, Irene, Margriet en Christina.

Op de negenhonderdste verjaardag van de kerk zijn er twee nieuwe klokken bijgekomen. Deze klokken zijn een geschenk van bewoners en bedrijven van de stad Zutphen en completeren het klokkengebeier dat over de stad galmt als ze worden geluid. De nieuwe klokken zijn vernoemd naar Walburga en Maria. Het klokkenluidersgilde klimt elke zaterdagavond om zes uur naar boven om daar de klokken te luiden. Zo wordt de zondag ingeluid. Iedereen, die om kwart voor zes zin heeft om de 100 treden omhoog te klimmen mag mee. Helpen om op advies van de 'luidmeester' de touwen die de klokken bedienen op maat aan te spannen. Een zwaar maar mooi karwei dat resulteert in een bijzondere historische klank die de klokken over de stad laten uitwaaieren.

 

Onderstaand een serie foto's ter beschikking gesteld door Jos Böhmer en een paar gemaakt tijdens het plaatsen van Walburga en Maria.