Broederenkerk

 De Broederenkerk is een van de weinig goed bewaarde kloosterkerken die Nederland rijk is. Ze is één van de drie grote kerken in Zutphen.

Schenking

Gravin Margaretha van Dampierre (echtgenote van graaf Reinoud van Gelre I), schonk in 1293 grond aan de dominicaner monniken. Dit terrein lag aan de Berkel, op de grens van de oude stad en de Nieuwstad. Hier bezaten zij en haar man een hof en feestzaal. Op dit grafelijk terrein mochten de monniken in de bestaande hof een klooster stichten. De bakstenen grafelijke zaal vormde de oudste kern van het complex. Dit werd het Dormitorium (slaapzaal), waar vroeger het Stedelijk Museum in was gehuisvest. Het Refectorium (eetzaal), uit ca. 1500, vormde het front aan de Rozengracht .

Bouw van de kerk

Rond 1306 - 1307 werd begonnen met de bouw van de Broederenkerk. Gebouwd als kloosterkerk door de dominicaner minderbroeders of 'predikheren'. In tegenstelling tot veel andere middeleeuwse kerken waaraan gedurende honderden jaren werd verbouwd, uitgebreid en verfraaid, hebben de monniken in plusminus 10 jaar tijd een complete kerk gebouwd. De bedelmonniken en dus ook hun kerk moesten eenvoud en strengheid in geloof uitstralen. De gotische stijl, duidelijk waarneembaar gezien de ramen met spitsbogen en zware steunberen met luchtbogen. Deze zijn typerend voor deze stijl.

Bedelmonniken

Deze kloosterorde van bedelmonniken vestigde zich in 1288 in Zutphen. In eerste instantie  betrokken ze in ongebruik geraakt rondeel. Dit rondeel bevond zich aan wat we nu het Hagepoortplein noemen. Het staat er nog steeds, als je langs de vestingmuren van het Arrmenhage loopt zie je hier tegenover een oude muur met een deur met daarboven het jaartal. De monniken leefden sober en zelfvoorzienend.  Als ze iets te kort kwamen bedelden ze om in hun behoeften te voorzien, zo werden ze ook wel de bedelmonniken genoemd. Het middeleeuwse Dominicanerklooster was het grootste van de twee mannenkloosters in Zutphen. Met nog zes vrouwenkloosters bestond de bevolking van Zutphen rond 1500 voor vijf procent uit monniken en nonnen.

Kerkdiensten

In de middeleeuwen waren er verschillende kerksoorten. Parochiekerken waren bestemd voor het volk. Kloosterkerken daarentegen voor de monniken of nonnen. In een kloosterkerk kon het gewone volk wel in een aparte ruimte terecht om zo toch de dienst bij te wonen.

In de Broederenkerk hielden de monniken hun dienst in het koor, het achterste gedeelte van de kerk. Een koorhek scheidde de monniken af van het volk, dat de dienst mocht bijwonen in het schip, het voorste gedeelte van de kerk. Op het dak is de plek van die afscheiding nog altijd af te leiden aan de plek van het klokkentorentje.

Dakruiter

Dakruiter Broederenkerk Zutphen

Het torentje is niet altijd zo groot geweest. Deze ooit bescheiden afmetingen hadden een bepaalde bedoeling. De monniken wilden niet pronken met wat ze hadden maar hadden wel een klokkentorentje nodig om daarmee hun strakke leefritme aan te geven. Zo’n kleine toren noemen we een dakruiter.

In 1772 ontwierp de stadsarchitect Wittenberg op de kerk het huidige torentje waarin een klok werd gehangen. Deze was ongeveer twee maal zo groot. Ze is aan alle zijden opengewerkt waardoor je de klok (het poortersklokje) kunt zien. De dakruiter lijkt misschien van steen maar is gemaakt van hout bekleed met lood en is bekroond met een uivormige spits. Op het hoogste punt meet de dakruiter 31 meter.

 Luiden van de klok

Uit archiefstukken is bekend dat de stad in 1611 het besluit nam om iedere avond de klok van de Broederenkerk te luiden om de mensen te waarschuwen dat de stadspoorten zouden sluiten. De poortwachter moest vervolgens drie keer hard roepen of er nog inwoners buiten de poort waren voordat hij deze sloot. In de middeleeuwen was het namelijk gevaarlijk om laat op de avond buiten de stad te zijn. Het klokje diende niet alleen als waarschuwing dat de poorten gesloten werden.

Een ander archiefstuk vertelt ons dat een stadsdienaar de opdracht kreeg om ’s avonds om half zes ‘het klokje in de Broerentoren te luyden, ten teken dat ingekomen vreemden zig op het wijnhuis zullen aangeven’. Het geluid van de klokken was altijd een bron van discussie. Zo klaagde het bestuur van een naastgelegen ziekenhuis dat zenuwpatiënten er zeer onrustig van werden. De dienstboden in dat zelfde ziekenhuis zagen het luiden als een voordeel; ze wisten nu dat ze hun laatste ronde langs de zieken moesten maken. Ook was het bij sommige families de gewoonte om de verjaardagsvisite te beëindigden als het klokje begon te luiden

Klik veur de Breure

In de oorlog werd de klok gestolen door de Duitsers. Na de oorlog schonken de burgers van Zutphen een nieuwe klok. Tegenwoordig wordt de klok om 6 uur kort geluid om de gevallenen in de oorlog te herdenken en klinkt hij tussen 21.50 en 22.00 uur, als herinnering aan de tijd dat Zutphen nog stadspoorten had. In Zutphen kende men de tijdsaanduiding van 21.38 uur: "'t is klik veur de Breure''. Het slagmechaniek van het poortersklokje gaf zeven minuten voordat de klok begon te slaan altijd een klik te horen.

Gewelfschilderingen

Gewelfschildering Broederenkerk ZutphenTijdens diverse restauraties kwamen er gewelfschilderingen aan de oppervlakte. De rijke gewelfschilderingen dateren uit de eerste helft van de 16e eeuw en zijn bij de restauratie in 2001 hersteld.  Deze schilderingen herinneren aan de tijd dat het gebouw onderdeel uitmaakte van het klooster. Veel afbeeldingen van Dominicaanse heiligen en familiewapens van vooraanstaande Zutphense patriciërsfamilies die als 'sponsors' de dominicaner orde steunden.

Waalse kerk

Na de verovering van Zutphen door prins Maurits in 1591 werd de kerk in gebruik genomen door de protestanten. (dit net als alle andere kerken in Zutphen). Tot 1821 was de kerk het domicilie van de Waalse (Franssprekende) kerk. Hierna werd kwam de kerk weer in handen van de Nederlands Hervormde gemeente.

Bibliotheek

Het ingangsportaal aan de zuidzijde kwam in 1826 tot stand. Na jaren van leegstand kocht de gemeente Zutphen in 1980 het gebouw, waarna de openbare bibliotheek er een bijzonder onderkomen vond. Het kerkorgel uit 1824-1828 van de orgelbouwer firma Lohman verhuisde toen naar de Grote of Sint-Catharinakerk in Heusden. In 2001 werd een grondige restauratie van het kerkgebouw afgerond echter in 2017 heeft er wederom een restauratie plaatsgevonden. ,,Het is de tweede metamorfose die de kerk heeft ondergaan'' sprak Gerard Huis in 't Veld directeur van de bibliotheek bij de heropening. Hij had gemerkt dat veel Zutphenaren die de afgelopen weken even stiekem al een kijkje genomen hadden in de kerk, het resultaat van de verbouwing zeer konden waarderen.

 Maatschappelijk betrokken

Huis in 't Veld onderstreepte dat de bibliotheek "meer en meer een maatschappelijk betrokken organisatie is geworden". Hij benadrukte het belang van taalvaardigheid en digitale vaardigheid en de bijdrage die de tegenwoordige bibliotheek daarin speelt. In de oorspronkelijke soberheid van de dominicanenbroeders is nu een schat aan informatie te vinden in uiteraard boeken maar ook digitaal blijft de bibliotheek niet achter.