Jeugdgevangenis Zutphen 1886 - 2008

De eerste jaren 1886 - 1937

Eind 19e eeuw wordt gelijktijdig met de rechtbank en het bijbehorende Huis van Bewaring aan de Lunettestraat de Jeugdgevangenis gebouwd. Het gebeurt in een periode die gekenmerkt wordt door een groot aantal veranderingen. Vanuit het buitenland kwam een nieuwe manier van opsluiten overwaaien die men wilde verankeren in de grondwet. Gezamenlijke opsluiting werd volgens de nieuwe opvatting gezien als een broeinest vn criminaliteit waardoor men steeds meer overging tot cellulaire opsluiting. Ook werd een betere hygiëne verwacht door het feit dat de gevangenen nu niet meer in contact kwam met medegevangenen.
De term 'cellulair' werd door de wet op dat monet wel erg letterlijk genomen. Buiten de cel werd men verplicht om kappen over het hoofd te dragen waardoor men niet in staat was om medegevangenen te zien.
Door deze manier van eenzame opsluiting ontstond er een cellentekort, zo ook in Oost-Nederland. Zutphen kwam hierdoor als arrondisementsplaats in aanmerking als vestigingsplaats voor een kleine gevangenis. Na onderhandeling werd door de gemeente een perceel grond aan de rand van de stad, de zogenaamde lunetten wambuis G, verkocht voor een bedrag van Fl. 6000,00. Rijksarchitect J.F. Metzelaar ontwierp voor dit terrein een gevangenis met oorspronkelijk 45 à 50 cellen. De bouw werd gerealiseerd door fa. H.J. Haytink uit Zutphen die de klus voor een bedrag van Fl. 83.790,00 had aangenomen. Rondom het terrein werd door de gemeente begonnen met de aanleg van een van de eerste woonwijken buiten de stadsmuren na de opheffing van de vestingwet. De Lunette en Wambuisstraat kirjgen vorm.
Artikel 4.
De vestingwerken in de provincien Friesland en Groningen, de vestingwerken van Deventer, Zutphen en Elden, de vesting Grave met het kroonwerk Coehoorn, de vestingwerken van en bij Nijmegen, met uitzondering van het fort Kraijenhof en de forten boven en beneden Lent, de vesting 's Hertogenbosch en de vestingwerken bij Breskens zijn als verdedigingswerken opgeheven. Behalve de gronden, welke tot militair gebruik moeten behouden blijven, worden die vestingwerken, uiterlijk binnen drie jaar na afkondiging dezer wet, aan het bestuur der domeinen overgegeven om ze onschadelijk te maken en zooveel noodig te slechten.
Het oorspronkelijke gebouw dat nog steeds deel uitmaakt van het complex bestond uit eenn voorgebouw met begane grond en zolderverdieping. Links bevond zich de directeurswonning en rechts directeursbureau, regentenkamer, administratie portiersvertrek en een bezoekruimte. het gevangenisgebouw had twee verdiepingen waar hoofdzakelijk mannelijke gedetineerde werden gehuisvest. Er was een kleine afdeling voor vrouwen. Het gebouw had geen keukenvoorziening, eten werd van buiten aangeleverd.
Zeven jaar later in 1903 werden er al 107 cellen bijgebouwd. Tijdens deze uitbreiding werd eveneens een verwarming en warmwatervoorziening aangebracht. Saillant detail hierbij dat het vrouwengedeelte niet werd verwarmt. Dit aldus het archief van het departement van justitie.
"Maar de aanvrage, eene warmwatergeleiding naar de vrouwenafdeeling aan te brengen, ontmoette in 1912 voorshands bezwaar"
Sluiting en omslag in beleid:

Na een aanvankelijk voorvarende bouw en bezetting komt er in 1928 echter een ommekeer. Wegens de vermindering van het aantal veroordeelden wordt de Strafgevangenis Zutphen buiten gebruik gesteld. In 1929 wordt een nieuwe wet aangenomen die voor de Zutphense Strafinrichting een nieuwe toekomst betekent. Het 'Instituut van de bijzondere gevangenis voor jongelieden' (18 tot 23 jaar) is een feit. Opvoedkunde, resocialisatie en hervorming zijn kerwoorden van dit nieuwe beleid.
1932 Werd begonnen met de ingrijpende verbouwing om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen. De opening werd door geldgebrek tijdens de crisisjaren tot 22 september 1937 uitgesteld. Wel kreeg de directeur zijn eigen villa, kwam er in het hoofdgebouw een bibliotheek (tevens onderwijsruimte) en kwamen er een moderenere badafdeling en keuken. Ook de stalleskerk werd uitgebroken tot een 'gewone' kerk. Het omliggende terrein werd opgehoogd omdat dit met hoog water onderliep en werd uitgebreid met 4 ha. waarop sportvelden en een tuin verrezen.

Klassenstelsel: Er werd een vooruitstrevend beleid ingevoerd: het klassestelsel. 1e klasse, de observatieklasse, waarvoor gehele afzondering gold, voor de 2e klasse, de beperkte gemeenschap, betekende dit stelsel dus meer 'vrijheid', waarbij men bij goed gedrag zelf in aanmerking kon komen voor twee sigaretten! Bijzonder was de 'Vervroegde Invrijheidsregeling' (V.I.) de voorloper van de latere half open inrichtingen.

Huisvesting van de rechtbank

OP 16 juni 1879,dringt de toenmalige president van de rechtbank, 

Mr. B.A.Roelvink, er in een brief aan de minister van justitie op aan het “regtsgebouw” en het daaraan verbonden “huis van arrest” te doen verbeteren. In die dagen waren de rechtbank, het kantongerecht en het huis van arrest nog gehuisvest in het raadhuis van de gemeente Zutphen aan het ’s Gravenhof en de Lange Hofstraat. Ook de cipier woonde daar.
In 1885 schreef Mr. Roelvink weer een brief aan de minister.

Lees meer: Huisvesting van de rechtbank

De IJsselbrug als belangrijke vestigingsfactor

Zutphen bevond zich in de tweede helft van de negentiende eeuw in de najaren van een tijdperk van ongekende welstand, al was de heersende landbouwcrisis niet ongemerkt aan de stad voorbijgegaan. De economische toestand was echter nog steeds bevredigend. De handel, en vooral de week- en jaarmarkten maakten een periode van bloei door en het aantal werklozen was gering. In de voorafgaande decennia was de stad door straatwegen met de meeste naburige plaatsen verbonden, in 1864 kwam de spoorbrug tot stand en kort daarop de vijf belangrijke spoorwegverbindingen.

Lees meer: De IJsselbrug als belangrijke vestigingsfactor

Strafgeschiedenis

In de middeleeuwen werden vooral boetes opgelegd, die aan de stad betaald moesten worden. Daarnaast kwamen schandstraffen en verbanning uit de stad veel voor. De wetten werden telkens aan de veranderende maatschappij aangepast. Vanaf de zestiende eeuw neemt het aantal lijfstraffen toe. Ook de doodstraf komt vanaf die tijd steeds vaker voor. De scherprechter die deze staffen ten uitvoer moest brengen had de stad al sinds 1464 in dienst. De scherprechter trachtte ook verdachten op de pijnbank tot een bekentenis te brengen.

Lees meer: Strafgeschiedenis

Historie van de rechtspleging

Middeleeuwen: In het jaar 1190 verleende Otto I, graaf van Gelre en Zutphen, aan Zutphen het stadsrecht. Het betreffende handvest of 'stadsbrief' bevindt zich in het gemeentearchief van Zutphen. Op grond van dat handvest werd een schepenbank ingesteld, die enerzijds belast was met het stadsbestuur, en anderzijds met rechtspleging in geschillen tussen burgers van Zutphen. De schepenbank bestond uit twaalf schepenen. Op elke donderdag -sinds eeuwen de marktdag van Zutphen- deden twee schepenrechters onder klokgelui en in een openbare zitting uitspraak in geschillen die aan hen waren voorgelegd.

Lees meer: Historie van de rechtspleging