Als gevelstenen konden praten

StagoorvarkenGevelstenen ontstonden in de tweede helft van de 16e eeuw en werden tot de 18e eeuw gebruikt als "huisteken", omdat er nog geen huisnummering bestond. Van oorsprong zijn gevelstenen in verschillende kleuren beschilderde (gepolychromeerd). Veel gevelstenen hebben ook een kleuraanduiding in het op- of onderschrift (bijvoorbeeld De Rode Leeuw, De Witte Olifant, Het Zwarte Paard, De Groene Bok, De vergulde Kater etc.) en familie- en andere wapens waren voorzien van de vereiste heraldische kleuren. Veel gevelstenen hadden betrekking op het beroep van de oorspronkelijke bewoner van het pand. Zo kon bijvoorbeeld een kuiper een botervat laten afbeelden, of een schrijver een veer. Wilde men zich onderscheiden van een collega die een gevelsteen had met vrijwel dezelfde afbeelding dan voegde men iets toe, bijvoorbeeld een kroon. We spreken dan van een concurrerende gevelsteen. Zo vinden we nu nog in het hele land gekroonde stenen zoals De Gekroonde Waterhont, ‘t Gekroond Kalf, De Gekroonde Laars en ga maar door. Er zijn echter nog andere variaties mogelijk op het begrip 'concurrerende gevelsteen'. Bij bakkers in dezelfde buurt kon men bijvoorbeeld zo De Grauwe Olifant, De Jonge Grauwe Olifant, en De Witte Vette Olifant tegenkomen.

Na het klikken op lees meer vindt u een fotogalerij van alle gevelstenen.

Lees meer: Als gevelstenen konden praten

Assurantie (Ravenstraatje)

Wie in het smalle Ravenstraatje, een zijstraat tussen Houtmarkt en Rode Torenstraat loopt kan niet voorbij gaan aan het 'Gruythuis'. In dit pand liep vroeger een paard de hele dag rondjes lom de rosmolen aan te drijven. Hier werd 'Grut' gemaakt. 

Voordat hop ons bier die heerlijke bittere smaak gaf (en tegelijkertijd als conserveermiddel diende om het goudgele vocht langer houdbaar te maken) werd in ons land grut gebruikt.

Grut of gruyt was een mengsel van diverse kruiden met als Gagel was echter in het buitenland maar in beperkte mate beschikbaar omdat de struik uitsluitend in Nederland bleek te groeien en derhalve geïmporteerd moest worden.

Het bestond veelal uit een mengsel van gagel (Myrica gale), bijvoet (Artemisia vulgaris), gewoon duizendblad (Achillea millefolium), moerasrozemarijn (Ledum palustre), hondsdraf (Glechoma hederacea), malrove (Marrubium vulgare) en struikhei (Calluna vulgaris). De smaken van gagel en moerasrozemarijn zijn niet zo verschillend door hun typerende harsigheid, maar moerasrozemarijn is wat krachtiger van smaak. Verder zaten er soms kruiden in het mengsel als jeneverbessen, rozemarijn, laurierbessen, karwijzaad, wilde thijm, anijszaad en zelfs al hop in variabele proporties. Het recept varieerde nogal omdat niet alle ingrediënten niet altijd in dezelfde mate beschikbaar waren en bovendien gebruikte iedere producent ook nog eens zijn eigen recept dat zorgvuldig geheim werd gehouden. Het gevolg was dat ieder bier een unieke smaak had. Zutphen had in de Middeleeuwen zo'n 40 bierbrouwerijen. Iedereen dronk bier omdat water te verontreinigd was. 

De gevelsteen echter heeft niets met bier te maken.In 1845 startten twee Zutphenaren de brandverzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845. Het woonhuis van Gerrit Jan Dercksen was de eerste jaren tevens het kantoor van het toen nog kleine bedrijf. Daar stond ook de zogenoemde ‘Brandkas van Henny’ waaruit de brandschade kon worden uitgekeerd. In 1897 werd het hoofdkantoor verplaatst naar Den Haag. In 1963 kwam een fusie tot stand met RVS en kreeg de maatschappij de nieuwe naam: Nationale Nederlanden.

De Tonnenmakerij

Kerkhof 20, Zutphen

Tot 1966 bevond zich aan het Kerkhof de brandewijnstokerij ‘Mispelblom’.  Deze had een eigen kuiperij in een huisje dat in 1869 werd gebouwd na afbraak van een vorig. Qua architectuur is het huisje niet bijzonder. Van belang is dat de zuidelijke buitenmuur bestaat uit een stuk middeleeuwse stadsmuur met boogfriezen. Bovendien zijn de overige buitenmuren opgetrokken uit kloostermoppen die vermoedelijk afkomstig zijn van de Doodgraverstoren, een hier gelegen middeleeuwse, ronde muurtoren waarvan de fundamenten nog aanwezig zijn. Deze toren komt nog voor op negentiende-eeuwse afbeeldingen, waarvan de aanzet duidelijk is te zien aan de zuidgevel van het huisje. Daarnaast heeft het pand heeft een bijzondere, beeldbepalende ligging.
Het huisje heeft een moderne gevelsteen van Arie Teeuwisse, die een tonnenmaker aan het werk voorstelt. Tegenwoordig in gebruik als woonhuis.

Literatuur
[1] 60 jaar Wijnhuisfonds, blz 51-53.
[2] F.W.J. Scholten, Enige grepen uit de geschiedenis van de Zutphense stadsmuur, Jaarverslag 1988 van het Wijnhuisfonds.

Lutherse Zwaan

De zwaan is een symbool, dat veel in het interieur van Nederlandse Lutherse kerken te vinden is. De zwaan komt voor uit een legende. Honderd jaar voordat Luther zijn 95 stellingen bekend maakte, was er een hervormer in Tsjechië, genaamd Johannes Hus (de naam Hus betekent gans). Hus had veel kritiek op de katholieke kerk en kreeg steeds meer volgelingen. De katholieke kerk vond Hus te gevaarlijk en liet hem verbranden op de brandstapel als ketter. Vlak voordat Hus werd vermoord, zou Hus hebben gezegd: “Gij zult nu een gans (= Hus) braden, maar over honderd jaar zult gij een zwaan horen zingen, die zult gij moeten verdragen.”

Deze zwaan vindt u boven de ingang van de Lutherse kerk in de Beukerstraat.

 

Meyer Lipschits

Meijer Lipschits was een zoon van Mozes Lipschits en Jetje Vleeschhouwer. Hij trouwde in Amsterdam op 4 September 1929 met Lea Theeboom, een dochter van Philip Theeboom en Catharina Voorzanger. Het echtpaar had zes kinderen, t.w. Jetje, Catharina, Mozes, Anna, Eva en Philip, die allen, samen met hun moeder Lea, op 27 November 1942 in Auschwitz werden vermoord.  Meier Lipschitz was 2ehands handelaar en zong altijd een bepaalde deun tijdens zijn werk. De gevelsteen is van Hans ’t Mannetje met in notenschrift de straatroep van de Zutphense lompenkoopman. In het raam onder de gevelsteen zit een trektouwtje, als je hieraan trekt hoor je een opname van zijn stem. Meijer werd opgepakt en gevangen gezet omdat hij zwart handelaar zou zijn. Het jaar daarna werden ze tesamen met hun familieleden omgebracht in Polen.

 

Oud Los Geld

Lange Hofstraat 18.

Wie richting centrum loopt komt halverwege aan de rechterkant nr. 18 tegen. De gevelsteen die zich hier bevindt toont twee stapeltjes munten, waarvan zich op de de linker stapel een munt bevindt met een paard. De betekenis van deze steen met twee stapeltjes 'Oud Los Geld' is te vinden in de historie.