Neergang in de vijftiende eeuw.

Deze putte de financiën uit en bemoeilijkte het handelsverkeer. Al zakte de welvaart langzaam maar zeker naar een lager niveau, toch betekende dit niet dat Zutphen eensklaps een arme stad was. De handel verdween niet, maar er vond een heroriëntatie plaats. Het transport met schepen over grote afstand maakte gedeeltelijk plaats voor vervoer over de weg, waarbij de contacten met Holland enerzijds en Westfalen anderzijds belangrijker werden. Bovendien werd Zutphen steeds meer het distributiecentrum voor goederen van en voor het omringende platteland.Alleen al uit de bouwactiviteiten die in de vijftiende eeuw plaats vonden, blijkt dat Zutphen geenszins verpauperd was. Zowel aan het raadhuis als aan het aangrenzende schepen- en vleeshuis werd nieuwbouw gepleegd. De raadkamer werd in 1465 met tapijten behangen. Zeker zo spectaculair waren de uitbreidingen die de Walburgkerk onderging: gedurende vrijwel de gehele vijftiende eeuw was men daarmee doende; in 1527 werd in Mechelen het fraaie koperen doopvont gekocht. De bouwactiviteit bleef niet beperkt tot deze twee belangrijkste gebouwen van de stad; ook elders was er veel bedrijvigheid.De betrekkelijke rijkdom zal zich in deze periode vooral geconcentreerd hebben bij de vrij kleine groep van belangrijke families, die ook het stadsbestuur in handen hadden, en tot de kerken en de andere grote geestelijke en wereldlijke instellingen. De oproeren die onder andere in 1494 en 1526 plaats vonden omdat de burgers meer invloed in het stadsbestuur wensten, wijzen in deze richting.

bron: Het Zutphens liedboek (ed. H.J. Leloux). De Walburg Pers, Zutphen 1985